In artikel 5 WWB is terug te vinden wat moet worden verstaan onder
algemene bijstand, bijzondere bijstand en de landurigheidstoeslag.
Algemene bijstand is bijstand, die wordt verstrekt voor de normale,
noodzakelijke kosten van het bestaan, zoals kosten van levensonderhoud,
die uit het inkomen moeten worden voldaan.
Bijzondere bijstand is bijstand, die wordt verstrekt indien er door
bijzondere omstandigheden kosten gemaakt moeten worden, die niet uit het
normale inkomen kunnen worden voldaan. Voorbeelden zijn de
aanschafkosten van een bril of de kosten van een kunstgebit. Aan
bijzondere bijstand zijn de volgende voorwaarden verbonden:
• De kosten moeten bijzonder zijn.
De bijzondere individuele situatie van de belanghebbende en/of zijn
gezin bepaalt of kosten als bijzonder kunnen worden aangemerkt. Door
medische of sociale omstandigheden kunnen kosten als bijzonder worden
aangemerkt.
• De kosten moeten noodzakelijk zijn.
Het is alleen mogelijk bijzondere bijstand te verlenen voor
noodzakelijke kosten, dit ter onderscheiding van wenselijke kosten. Om
de noodzaak te bepalen, is het mogelijk dat een advies bij een externe
deskundige (bijvoorbeeld een medisch adviseur) wordt ingewonnen.
• Voor de kosten mag geen voorliggende voorziening aanwezig zijn.
Hiermee wordt bedoeld dat de kosten door een andere instantie of
regeling (kunnen) worden vergoed. In veel gevallen is het wel mogelijk
bijzondere bijstand te verlenen voor een eigen bijdrage. Dit is
afhankelijk van de kosten, waarvoor de bijzondere bijstand wordt
aangevraagd. Het is mogelijk dat bepaalde kosten bewust niet zijn
opgenomen in een vergoedingenpakket van een andere instantie, omdat men
van mening is dat de noodzaak voor vergoeding ontbreekt. Verlening van
bijzondere bijstand is in dat geval eveneens niet mogelijk door het
ontbreken van de noodzaak. Het ligt anders, indien de kosten om
financiële redenen niet langer door een andere instantie worden vergoed.
Verlening van bijzondere bijstand is dan wel mogelijk. Deze problematiek
speelt vaak bij de vergoeding van medische kosten. In deze notitie wordt
ingegaan op wat door sociale zaken wordt beschouwd als een voorlopige
voorziening.
• De kosten kunnen niet zelf door de belanghebbende worden betaald
Door Sozaheb worden richtlijnen vastgesteld over hoe om te gaan met het
inkomen en het vermogen. Bij welk inkomen mag er vanuit worden gegaan
dat een belanghebbende de kosten zelf kan voldoen? Welk deel van het
vermogen moet eventueel door de belanghebbende voor de kosten worden
aangewend? De WWB heeft de gemeente volledige beleidsvrijheid gegeven in
de vaststelling van de draagkracht van de belanghebbende.
Deze elementen wordt in deze notitie uitgewerkt.
Naast de kosten, die op grond van de algemene omschrijving horen tot de
bijzonder noodzakelijke kosten van het bestaan, zijn er een aantal
kosten, die wanneer er bijstand voor wordt verleend, ook vallen onder
het begrip bijzondere noodzakelijke kosten. Het gaat hierbij
bijvoorbeeld om een particuliere ziektekostenverzekering voor personen,
die niet in aanmerking komen voor een verplichte ziekenfondsverzekering,
en aanvullingen op de algemene bijstand voor jong-meerderjarigen
(personen van 18, 19 of 20 jaar), die noodzakelijk hogere kosten van het
bestaan hebben dan de voor hen geldende bijstandsnorm (ter hoogte van de
kinderbijslag).
De Langdurigheidstoeslag is een nieuwe toeslag, die is ingevoerd bij de
inwerkingtreding van de WWB en is geregeld in artikel 36 WWB. De
langdurigheidstoeslag is een extraatje voor personen, die vijf jaar of
langer van een minimuminkomen moeten rondkomen, en in die vijf jaar
niet-verwijtbaar geen inkomsten uit of in verband met arbeid hebben
gehad. De langdurigheidstoeslag is min of meer in de plaats gekomen van
het categoriale bijzondere bijstandsbeleid (minimabeleid) dat tot 1
januari 2004 was toegestaan. Huizen, Eemnes en Blaricum hadden ieder hun
eigen, sterk verschillende, minimabeleid.
Het verlenen van categoriale bijstand is met de invoering van de WWB
per 1 januari 2004 voor personen jonger dan 65 jaar door het rijk
verboden. Bij categoriale bijstandsverlening wordt aangenomen dat voor
een bepaalde groep bepaalde kosten niet (geheel) uit het inkomen betaald
kunnen worden. Als vervolgens iemand een aanvraag voor die kosten
indient, hoeft alleen maar gekeken te worden of die persoon tot de
doelgroep behoort. Een individuele afweging van de noodzaak van de
kosten en bestedingscontrole zijn in dat geval niet nodig. Het rijk
heeft dit categoriaal beleid verboden, omdat dit beleid in de praktijk
in vele gevallen zondanig werd ingevuld dat er sprake was van ongerichte
inkomensondersteuning, en dit de armoedeval in bevordert. Het rijk is
van mening dat inkomensbeleid aan het rijk voorbehouden dient te zijn.
De WWB maakt een uitzondering voor 65-plussers, chronisch zieken en
gehandicapten. Voor deze groepen is categoriaal beleid nog wel
toegestaan, omdat de armoedeval dan geen rol speel en 65-plussers geen
recht hebben op de langdurigheidstoeslag.
In een aparte notitie is een voorstel gedaan voor een nieuwe invulling
van een categoriaal beleid voor 65-plussers en chronisch zieken en
gehandicapten. Een aantal elementen, die voorheen hoorden tot de
categoriale bijstandsverlening, is opgenomen in het bijzondere
bijstandsbeleid. Mits op aanvraag en na individuele beoordeling en er
sprake is van bestedingscontrole, is dit toegestaan.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2
Begrippen algemen bijstand, bijzondere bijstand, langdurigheidstoeslag en categoriale bijstand
Onderdeel van Richtlijnen bijzondere bijstand