Bij de ontwikkeling van het bijzondere bijstandsbeleid spelen de
volgende uitgangspunten een rol.
• Geen strijd met rijksinkomensbeleid
Bij het verlenen van bijzondere bijstand blijft het uitgangspunt dat de
verstrekking niet strijdig mag zijn met het rijksinkomensbeleid. Hierbij
dient overigens wel rekening te worden gehouden met het feit dat de
gemeente (door de nieuwe regelgeving) in bepaalde opzichten wel degelijk
bevoegd is om zich te begeven op het terrein van het inkomensbeleid
(hoogte en duur draagkracht, wel of geen drempelbedrag, gedeeltelijke
vrijheid bij de invulling van het pakket, wel of geen categoriaal beleid
voor 65-plussers, chronisch zieken en gehandicapten e.d.).
• Geen bijstand voor niet noodzakelijke kosten.
Artikel 14 WWB somt een aantal posten op, die in elk geval niet worden
gerekend tot de noodzakelijke kosten van het bestaan. Bijstandsverlening
is dan niet mogelijk. Het gaat hier onder meer kosten van medische
behandelingen en verrichtingen die gerekend kunnen worden tot de
ontwikkelingsgeneeskunde, alimentatieverplichtingen, geleden of
toegebrachte schade, vrijwillige premiebetaling in het kader van een
publiekrechtelijke verzekering en de betaling van een boete.
• Het bijzondere bijstandsbeleid mag het beleid van voorliggende
voorzieningen niet doorkruisen.
De bijzondere bijstand in het kader van de WWB mag het beleid wat
gevoerd wordt bij voorliggende voorzieningen niet doorkruisen (onder
voorliggende voorziening wordt verstaan: elke voorziening buiten deze
wet waarop de persoon of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een
beroep kan doen, ter verwerving van middelen of ter bekostiging van
specifieke uitgaven).
• Bijzondere bijstand staat open voor alle minima
Bijzondere bijstand is niet voorbehouden aan personen met een
bijstandsuitkering voor levensonderhoud. Ook degene, die beschikt over
een ander inkomen (bijvoorbeeld inkomen uit arbeid, alimentatie,
uitkering van het UWV kan een beroep op bijzondere bijstand doen, als
dat inkomen niet toereikend is om bepaalde bijzondere noodzakelijke
kosten te voldoen.
• Terugdringen van het niet-gebruik van de voorzieningen
Sociale zaken spant zich in om de regelingen onder de aandacht te
brengen en toegankelijk te maken voor die personen, die er recht op
hebben. Dit gebeurt onder meer door middel van het geven van
voorlichting.
• Voortzetting van een vorm van minimabeleid binnen de kaders van de
WWB
Gestreefd wordt naar voortzetting van een vorm van minimabeleid binnen
de wettelijke kaders van de WWB en de beschikbare budgetten.
• Het bijzondere bijstandsbeleid moet rechtvaardig, betaalbaar en
efficiënt zijn.
Met ingang van 2004 zijn gemeenten volledig financieel verantwoordelijk
voor de bijstand. Bovendien heeft het Rijk in 2004 aanzienlijke
bezuinigingen doorgevoerd op de budgetten voor de bijzondere bijstand.
De gemeenteraden van Huizen, Eemnes en Blaricum hebben dit voorjaar de
financiële en inhoudelijke kaders voor het bijzondere bijstandsbeleid
aangegeven.
• Individualiseringsprincipe
Naast bovengenoemde uitgangspunten geldt uiteraard het
individualiseringsprincipe van de WWB. Dit is geregeld in artikel 18 lid
1 WWB. Dit betekent dat het college de bijstand en de daaraan verbonden
verplichtingen dient af te stemmen op de omstandigheden, mogelijkheden
en middelen van de belanghebbende(n). Het kan dus voorkomen dat de
algemene richtlijnen moeten wijken voor individualisering als de
omstandigheden, mogelijkheden en middelen van persoon en/of gezin
daartoe aanleiding geven.