Algemeen
In bepaalde situaties kan er bijstand worden verleend in de kosten van
het wonen. Wanneer dit het geval is wordt de bijstand verstrekt als
bijzondere bijstand. Indien er aanspraak kan worden gemaakt op de
Huursubsidiewet of de Vangnetregeling, dan geldt dit als voorliggende
voorziening. De Vangnetregeling is in het leven geroepen om de gevolgen
van de huursubsidiewet te verzachten. In de huursubsidiewet wordt in
beginsel bij de bepaling van het inkomen gekeken naar het kalenderjaar
dat voorafgaat aan het begin van het huursubsidietijdvak. Bij terugval
van het inkomen met meer dan 20% tijdens het huursubsidiejaar kan een
beroep op de Vangnetregeling worden gedaan. De Vangnetregeling wordt
uitgevoerd door sociale zaken. De Vangnetregeling wordt steeds voor een
periode van drie maanden toegekend tot het nieuwe huursubsidiejaar
begint.
Woonkosten onder de huursubsidiegrens
Bijstandsverlening is mogelijk indien op grond van inkomsten in het
jaar voorafgaand aan het huursubsidietijdvak of een gewijzigde situatie
voor wat betreft inwonenden:
• geen aanspraak bestaat op huursubsidie (en dit belanghebbende niet te
verwijten is) en er geen aanspraak bestaat op het Besluit
vangnetregeling huursubsidie; of
• aanspraak bestaat op minder huursubsidie dan waarop op grond van de
huidige omstandigheden recht zou bestaan en het Besluit vangnetregeling
dit verschil niet (geheel) compenseert.
Bijstand kan verleend worden indien de huursubsidie nog niet is
afgestemd op de veranderde situatie en de Vangnetregeling geen oplossing
biedt. Bijstand kan verleend worden tot de eerstvolgende peildatum van
de huursubsidie (de peildatum is jaarlijks 1 juli) dan wel de datum
waarop de Vangnetregeling van toepassing wordt. De woonkostentoeslag
wordt op dezelfde manier als de huursubsidie berekend. De toeslag is
derhalve gelijk aan het huursubsidiebedrag dat voor de huidige situatie
toegekend zou zijn (dus rekening houdende met de veranderde situatie),
verminderd met de daadwerkelijk toegekende huursubsidie, eventuele
vangnetvergoeding en verminderd met de eventuele draagkracht. Bij de
berekening dient ook rekening te worden gehouden met inkomsten van
inwonende verdienende kinderen of mogelijke kamerverhuur (zie paragrafen
2.2.5 en 2.2.6).
Mogelijkheid van huursubsidie bij wijzigingen in bewonerssituatie
tijdens
huursubsidiejaar
Met ingang van subsidiejaar 2002-2003 kan bij tussentijdse wijzigingen
in de bewonerssituatie (bijvoorbeeld bij verlating of overlijden)
huursubsidie worden aangevraagd, als vóórdat de wijziging zich voordeed,
geen huursubsidie werd ontvangen. Als op het moment, waarop de wijziging
zich voordeed, al wel huursubsidie werd ontvangen, kan bij een
tussentijdse wijziging in de bewonerssituatie een beroep worden gedaan
op de Vangnetregeling.
Gevolgen wijziging regelgeving met betrekking tot inwoning
Wanneer de verlaging van de huursubsidie het gevolg is van de
regelgeving binnen de Huursubsidiewet betreffende inwoning, en de
situatie is wat betreft de inwoning niet gewijzigd, dan kan geen
(aanvullende) woonkostentoeslag worden verstrekt.
Woonkosten boven de huursubsidiegrens
Indien geen aanspraak bestaat op huursubsidie omdat de woonkosten de
huursubsidiegrens te boven gaan is verlening van bijzondere bijstand
mogelijk indien door een verandering in inkomsten of een veranderde
situatie wat betreft inwonenden de woonkosten niet zelf meer volledig
kunnen worden voldaan. De bijstand wordt in beginsel verleend voor de
duur van zes maanden. Van de belanghebbende wordt in beginsel verwacht
dat hij woonruimte zoekt binnen een straal van 30 kilometer van zijn
huidige woning. Aan de bijstand wordt de verplichting verbonden dat
wordt gezocht naar goedkopere woonruimte (met een huur waarvoor
aanspraak op huursubsidie bestaat). Na zes maanden wordt bekeken welke
pogingen er zijn ondernomen ter verkrijging van goedkopere woonruimte.
Bij voldoende en concrete activiteiten kan de bijstand met zes maanden
verlengd worden. Deze verlenging kan bij voldoende en concrete
activiteiten ter verkrijging van goedkopere woonruimte nog twee maal met
een periode van zes maanden plaats vinden. De maximum termijn waarover
een woonkostentoeslag verleend kan worden bedraagt (zeer bijzondere
gevallen daargelaten) twee jaar.
Ook in dit geval wordt de woonkostentoeslag op dezelfde manier als de
huursubsidie berekend. Voor het gedeelte van de huur boven de huurgrens
wordt 100% woonkostentoeslag toegekend. Tevens dient rekening te worden
gehouden met de inkomsten van inwonende verdienende kinderen en verhuur
van kamers (zie paragrafen 2.2.5 en 2.2.6)
Huurwoning/eigen woning
Het gestelde over de mogelijkheden van toekenning van een
woonkostentoeslag is zowel van toepassing bij een huurwoning als bij een
eigen woning.
Welke kosten mogen worden meegenomen in de berekening?
De woonkosten die meegenomen mogen worden in de berekening van een
woonkostentoeslag betreffende een huurwoning zijn die kosten die
meegenomen worden bij de bepaling van de huur ingevolge de
Huursubsidiewet (kale huur plus enkele benoemde extra kosten).
De woonkosten die meegenomen mogen worden in de berekening van een
woonkostentoeslag voor een eigen woning zijn de volgende:
• de hypotheekrente (dus niet de aflossing);
• het eigenaargedeelte van de onroerend-zaak belasting;
• de opstalverzekering;
• de waterschapslasten (eigenaargedeelte);
• rioolrechten;
• een vast bedrag voor de kosten van onderhoud van de woning en de
centrale verwarmingsinstallatie. Een specificatie van deze kosten is
terug te vinden op het normenoverzicht.
Bij een eigen woning wordt de hoogte van de maandelijkse
woonkostentoeslag in beginsel (bij ongewijzigde persoonlijke en
financiële omstandigheden) eenmaal per jaar vastgesteld op basis van de
huursubsidietabellen zoals deze op dat moment gelden.
Inwoning kinderen en gevolgen voor woonkostentoeslag
Ingeval van inwoning door (pleeg)kinderen tot 23 jaar worden de
inkomsten van deze verwanten niet in aanmerking genomen tot het bedrag
per maand per verwant dat is genoemd in artikel 3 lid 2 van de
Huursubsidiewet. Een eventueel hoger inkomen wordt verdisconteerd op
wijze van de Huursubsidiewet.
Onderhuurders, kostgangers en andere inwonenden en gevolgen voor
woonkostentoeslag
Ingeval van inwoning door onderhuurders, kostgangers en andere
inwonenden, worden de woonkosten voor het vaststellen van het recht op
bijzondere bijstand gedeeld door het aantal bewoners. De bijzondere
bijstand wordt vervolgens vastgesteld, afhankelijk van de hoogte van de
woonkosten, op de wijze zoals hierboven beschreven.