Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Woonkosten

Onderdeel van Richtlijnen bijzondere bijstand

Algemeen In bepaalde situaties kan er bijstand worden verleend in de kosten van het wonen. Wanneer dit het geval is wordt de bijstand verstrekt als bijzondere bijstand. Indien er aanspraak kan worden gemaakt op de Huursubsidiewet of de Vangnetregeling, dan geldt dit als voorliggende voorziening. De Vangnetregeling is in het leven geroepen om de gevolgen van de huursubsidiewet te verzachten. In de huursubsidiewet wordt in beginsel bij de bepaling van het inkomen gekeken naar het kalenderjaar dat voorafgaat aan het begin van het huursubsidietijdvak. Bij terugval van het inkomen met meer dan 20% tijdens het huursubsidiejaar kan een beroep op de Vangnetregeling worden gedaan. De Vangnetregeling wordt uitgevoerd door sociale zaken. De Vangnetregeling wordt steeds voor een periode van drie maanden toegekend tot het nieuwe huursubsidiejaar begint. Woonkosten onder de huursubsidiegrens Bijstandsverlening is mogelijk indien op grond van inkomsten in het jaar voorafgaand aan het huursubsidietijdvak of een gewijzigde situatie voor wat betreft inwonenden: • geen aanspraak bestaat op huursubsidie (en dit belanghebbende niet te verwijten is) en er geen aanspraak bestaat op het Besluit vangnetregeling huursubsidie; of • aanspraak bestaat op minder huursubsidie dan waarop op grond van de huidige omstandigheden recht zou bestaan en het Besluit vangnetregeling dit verschil niet (geheel) compenseert. Bijstand kan verleend worden indien de huursubsidie nog niet is afgestemd op de veranderde situatie en de Vangnetregeling geen oplossing biedt. Bijstand kan verleend worden tot de eerstvolgende peildatum van de huursubsidie (de peildatum is jaarlijks 1 juli) dan wel de datum waarop de Vangnetregeling van toepassing wordt. De woonkostentoeslag wordt op dezelfde manier als de huursubsidie berekend. De toeslag is derhalve gelijk aan het huursubsidiebedrag dat voor de huidige situatie toegekend zou zijn (dus rekening houdende met de veranderde situatie), verminderd met de daadwerkelijk toegekende huursubsidie, eventuele vangnetvergoeding en verminderd met de eventuele draagkracht. Bij de berekening dient ook rekening te worden gehouden met inkomsten van inwonende verdienende kinderen of mogelijke kamerverhuur (zie paragrafen 2.2.5 en 2.2.6). Mogelijkheid van huursubsidie bij wijzigingen in bewonerssituatie tijdens huursubsidiejaar Met ingang van subsidiejaar 2002-2003 kan bij tussentijdse wijzigingen in de bewonerssituatie (bijvoorbeeld bij verlating of overlijden) huursubsidie worden aangevraagd, als vóórdat de wijziging zich voordeed, geen huursubsidie werd ontvangen. Als op het moment, waarop de wijziging zich voordeed, al wel huursubsidie werd ontvangen, kan bij een tussentijdse wijziging in de bewonerssituatie een beroep worden gedaan op de Vangnetregeling. Gevolgen wijziging regelgeving met betrekking tot inwoning Wanneer de verlaging van de huursubsidie het gevolg is van de regelgeving binnen de Huursubsidiewet betreffende inwoning, en de situatie is wat betreft de inwoning niet gewijzigd, dan kan geen (aanvullende) woonkostentoeslag worden verstrekt. Woonkosten boven de huursubsidiegrens Indien geen aanspraak bestaat op huursubsidie omdat de woonkosten de huursubsidiegrens te boven gaan is verlening van bijzondere bijstand mogelijk indien door een verandering in inkomsten of een veranderde situatie wat betreft inwonenden de woonkosten niet zelf meer volledig kunnen worden voldaan. De bijstand wordt in beginsel verleend voor de duur van zes maanden. Van de belanghebbende wordt in beginsel verwacht dat hij woonruimte zoekt binnen een straal van 30 kilometer van zijn huidige woning. Aan de bijstand wordt de verplichting verbonden dat wordt gezocht naar goedkopere woonruimte (met een huur waarvoor aanspraak op huursubsidie bestaat). Na zes maanden wordt bekeken welke pogingen er zijn ondernomen ter verkrijging van goedkopere woonruimte. Bij voldoende en concrete activiteiten kan de bijstand met zes maanden verlengd worden. Deze verlenging kan bij voldoende en concrete activiteiten ter verkrijging van goedkopere woonruimte nog twee maal met een periode van zes maanden plaats vinden. De maximum termijn waarover een woonkostentoeslag verleend kan worden bedraagt (zeer bijzondere gevallen daargelaten) twee jaar. Ook in dit geval wordt de woonkostentoeslag op dezelfde manier als de huursubsidie berekend. Voor het gedeelte van de huur boven de huurgrens wordt 100% woonkostentoeslag toegekend. Tevens dient rekening te worden gehouden met de inkomsten van inwonende verdienende kinderen en verhuur van kamers (zie paragrafen 2.2.5 en 2.2.6) Huurwoning/eigen woning Het gestelde over de mogelijkheden van toekenning van een woonkostentoeslag is zowel van toepassing bij een huurwoning als bij een eigen woning. Welke kosten mogen worden meegenomen in de berekening? De woonkosten die meegenomen mogen worden in de berekening van een woonkostentoeslag betreffende een huurwoning zijn die kosten die meegenomen worden bij de bepaling van de huur ingevolge de Huursubsidiewet (kale huur plus enkele benoemde extra kosten). De woonkosten die meegenomen mogen worden in de berekening van een woonkostentoeslag voor een eigen woning zijn de volgende: • de hypotheekrente (dus niet de aflossing); • het eigenaargedeelte van de onroerend-zaak belasting; • de opstalverzekering; • de waterschapslasten (eigenaargedeelte); • rioolrechten; • een vast bedrag voor de kosten van onderhoud van de woning en de centrale verwarmingsinstallatie. Een specificatie van deze kosten is terug te vinden op het normenoverzicht. Bij een eigen woning wordt de hoogte van de maandelijkse woonkostentoeslag in beginsel (bij ongewijzigde persoonlijke en financiële omstandigheden) eenmaal per jaar vastgesteld op basis van de huursubsidietabellen zoals deze op dat moment gelden. Inwoning kinderen en gevolgen voor woonkostentoeslag Ingeval van inwoning door (pleeg)kinderen tot 23 jaar worden de inkomsten van deze verwanten niet in aanmerking genomen tot het bedrag per maand per verwant dat is genoemd in artikel 3 lid 2 van de Huursubsidiewet. Een eventueel hoger inkomen wordt verdisconteerd op wijze van de Huursubsidiewet. Onderhuurders, kostgangers en andere inwonenden en gevolgen voor woonkostentoeslag Ingeval van inwoning door onderhuurders, kostgangers en andere inwonenden, worden de woonkosten voor het vaststellen van het recht op bijzondere bijstand gedeeld door het aantal bewoners. De bijzondere bijstand wordt vervolgens vastgesteld, afhankelijk van de hoogte van de woonkosten, op de wijze zoals hierboven beschreven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel