Verhuiskosten en kosten van woninginrichting zijn normale bestaanskosten
die uit een inkomen op bijstandsniveau dienen te worden bestreden.
Alleen in bijzondere omstandigheden is bijstand in deze kosten mogelijk.
Deze voorwaarden zijn: de noodzaak van de verhuizing moet vaststaan, de
kosten zijn onvoorzien, er waren geen reserveringsmogelijkheden (vooraf
of gespreide betaling achteraf), er zijn geen voorliggende
voorzieningen.
Uitgangspunt is dat de gemeente van vertrek beoordeelt of voor de
verhuizing bijstand wordt verleend. Het standpunt van de gemeente van
vertrek zal in principe worden overgenomen door de gemeente van
vestiging. Bij een verhuizing naar een andere gemeente neemt de gemeente
van vertrek die kosten voor haar rekening, die direct betrekking hebben
op het vertrek zelf, zoals de huur van de verhuiswagen. De kosten, die
betrekking hebben op de nieuwe woning, komen voor rekening van de
gemeente van vestiging. Het betreft hier onder meer de kosten van het
schilderen/behangen, aansluitkosten energievoorzieningen, en –indien van
toepassing de kosten van woninginrichting (zie echter ook de opmerkingen
bij het kopje "woninginrichting" over bijzondere bijstandsverlening voor
duurzame gebruiksgoederen).
Om te voorkomen dat discussie ontstaat over de dubbele huur, wordt ervan
uitgegaan dat de huur van de oude woning dubbel is.
Verhuiskosten is bijstand om niet
Voor verhuiskosten kan geen lening worden verstrekt (of borgtocht voor
een lening) omdat de WWB dit niet toestaat. De WWB bepaalt in welke
gevallen bijstand in de vorm van een geldlening kan worden verstrekt.
Bijstand voor verhuiskosten wordt in principe verleend om niet, als de
noodzaak vaststaat. Een lening is wel mogelijk als er sprake is van
onvoldoende verantwoordelijkheidsbesef of als er later middelen ter
beschikking komen (b.v. waarborgsom).
Woninginrichting
Woninginrichting bestaat in hoofdzaak uit duurzame gebruiksgoederen. In
beginsel wordt geen bijzondere bijstand voor deze kosten verleend, omdat
de kosten behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan.
Daarin dient vanuit het inkomen voorzien te worden door reservering
vooraf of gespreide betaling achteraf. Indien sprake is van bijzondere
omstandigheden kan hiervan worden afgeweken.
Primair geldt dat cliënten worden verwezen naar de Stadsbank voor een
geldlening. Als de Stadsbank de gemeente verzoekt om borg te staan dient
een onderzoek gedaan te worden naar de noodzaak. Verder moet de looptijd
van de lening worden vastgesteld en eventueel de bijstand voor aflossing
en rente (suppletie). Dit gebeurt in veel gevallen bij voormalige
asielzoekers, die uit een AZC komen.
Bijzondere bijstand in de vorm van geldlening is van toepassing indien
een lening bij de Stadsbank (met borgtocht) niet mogelijk is. Bijstand
om niet wordt slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden verleend.
Indien bijzondere bijstand wordt verleend voor de kosten van aflossing
en rente, dient door middel van bonnen te worden aangetoond dat de
geldlening is besteed aan inrichting van de woning.
Voor richtprijzen van kosten van woninginrichting (losse onderdelen)
wordt het prijzenboekje van het Nibud gehanteerd. Als sprake is van
volledige woninginrichting, worden de maximale bedragen van de Stadsbank
Midden Nederland gehanteerd. Deze bedragen en de aflossingsbedragen zijn
terug te vinden op het normenoverzicht.
Verhuiskostenfonds
De belanghebbende met een gezinsinkomen, dat niet hoger is dan 120% van
de toepasselijke bijstandsnorm of de belanghebbende met een huur boven
de huursubsidiegrens, die woonkostentoeslag ontvangt en in verband
hiermee de verhuisverplichting opgelegd heeft gekregen, komt voor het
verhuiskostenfonds in aanmerking als hij verhuist van een woning met een
huur, die hoger is dan de toepasselijke aftoppingsgrens voor de
huursubsidie naar een woning met een huur, die lager is dan de
toepasselijke aftoppingsgrens voor de huursubsidie, en de maandelijkse
huurvermindering tenminste € 50,-- bedraagt.
De vergoeding bedraagt maximaal € 1.250,--. De kosten moeten worden
aangetoond.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.8
Kosten in verband met verhuizing of woninginrichting
Onderdeel van Richtlijnen bijzondere bijstand