In artikel 35 van de wet is geregeld dat het college in het kader van de
bijzondere bijstand volledige beleidsvrijheid heeft in de vaststelling
van de draagkracht van de belanghebbende.
Dit betekent dat zij zelf kunnen bepalen welk deel van de middelen bij
de vaststelling van de draagkracht in aanmerking wordt genomen. De
vrijlatingsbepalingen van artikel 31 (inkomen) en 34 ( vermogen) zijn
niet verplicht van toepassing zijn op de bijzondere bijstand. De aard
van de kosten waarvoor bijstand wordt aangevraagd kan een rol spelen bij
de vaststelling van de draagkracht en de bepaling welke middelen worden
meegenomen.