**1..** In het kader van de veiligheid, de gezondheid en het milieu dient
een woonschip te voldoen aan de navolgende eisen:
Een woonschip wordt uitsluitend afgemeerd aan daartoe
bestemde, deugdelijke afmeermiddelen.
Een woonschip is lekvrij en waterdicht;
Een woonschip waarvan het drijvende deel bestaat uit een
stalen casco heeft een scheepswand met een plaatdikte van
minimaal 3,0 millimeter.
De opbouw beschikt over voldoende sterkte, stijfheid en
stabiliteit, waarvan moet blijken uit een berekening, uit te
voeren naar analogie van de in het Bouwbesluit gestelde
voorschriften.
Een woonschip, waarvan het drijvende deel bestaat uit een
stalen casco, wordt tenminste eenmaal in zeven jaren bij een
scheepswerf op het droge gezet voor inspectie en onderhoud.
Van inspectie en onderhoud wordt een rapport opgemaakt,
waarvan binnen vier weken na ontvangst daarvan door de
eigenaar van het woonschip kopie aan het college wordt
gezonden.
De toegang tot/vluchtweg van het woonschip sluit direct aan
op de wal en is tenminste 0,85 meter breed;
De vluchtweg (loopplank, steiger) is zodanig gelegen dat,
vanuit het woonschip komend, op de wal zonder obstakels
zowel naar links als naar rechts kan worden gevlucht;
Een beweegbaar constructieonderdeel, niet zijnde een
nooddeur, bevindt zich in geopende stand niet boven een
loopplank of steiger waarover een vluchtroute voert.
De loopafstand tussen de toegang van een verblijfsruimte in
het woonschip en een ingang van het woonschip die aansluit
op de loopplank of steiger van waaruit de vluchtroute buiten
het woonschip begint, bedraagt ten hoogste 15 meter. In een
besloten ruimte, in de route als hiervoor bedoeld, moet een
niet-ioniserende rookmelder, volgens de eisen in NEN 2555,
zijn aangebracht,die is aangesloten op een voorziening voor
elektriciteit, zoals eveneens is aangegeven in de NEN-norm.
De in i. genoemde loopafstand kan maximaal 25 meter zijn
als
in voor alle voor mensen toegankelijke ruimten, met
uitzondering van een toilet- of badruimte, een
niet-ioniserende rookmelder volgens de eisen in NEN
2555 is aangebracht, die is aangesloten op een
voorziening voor elektriciteit, zoals is aangegeven
in NEN 2555.
bij het in alarmfase gaan van één rookmelder in elke
verblijfsruimte een geluidniveau hoorbaar is van ten
minste 65 dB(A), doch niet meer dan 85 dB(A).
De afstand tussen twee naast of achter elkaar liggende
woonschepen bedraagt ten minste 5 meter. Deze tussenafstand
wordt tot stand gebracht doordat met elk der woonschepen een
afstand van tenminste 2,5 meter tot de daartussen gelegen
waterkavelgrens in acht wordt genomen;
Het college kan ontheffing verlenen van de eis van 5 meter
tussenruimte, tot een minimum van 1,5 meter, indien de
wanden die grenzen aan naastliggende woonschepen voldoen aan
de volgende eisen:
de in deze wanden aanwezige deur- en
raamconstructies en mogelijke doorvoeringen bezitten
een brandwerendheid van 30 minuten conform de
NEN-norm 6068,
in de wanden bevinden zich geen draaiende delen
anders dan zelfsluitende deuren, en
de wanden bezitten een brandvoortplantingsklasse van
2 of minder conform de NEN-norm 6064.
Ter plaatse van of in de nabijheid van een stookplaats van
een woonschip wordt onbrandbaar materiaal conform NEN-norm
6064 toegepast indien:
ter plaatse van of in de nabijheid van die
stookplaats een intensiteit van de warmtestraling
kan optreden die groter is dan 2 kW/m2,
conform NEN-norm 6061 of
in het materiaal een temperatuur kan optreden die
hoger is dan 363 K, bepaald volgens NEN-norm
6061.
Een voorziening voor de afvoer van rook is brandveilig
uitgevoerd, conform NEN –norm 6062.
Een voorziening voor de afvoer van rook is samengesteld uit
onbrandbaar materiaal, conform NEN-norm 6064, indien in dat
materiaal een temperatuur kan optreden van meer dan 363 K,
overeenkomstig NEN-norm 6062.
Materiaal van een constructieonderdeel van een wand die
grenst aan de binnenlucht bezit een rookdichtheid van
maximaal 10 m-1, bepaald volgens NEN 6066.
Het dak van een woonschip is niet brandgevaarlijk, conform
NEN-norm 6063.
Een woonschip op minder dan 40 meter afstand van een
gemeentelijk riool of andere afvoervoorziening voor
vuilwater en faecaliën is op die afvoervoorziening
aangesloten;
Een woonschip heeft een aansluiting voor het distributienet
van de openbare waterleiding.
**2..** Bij een verzoek om ontheffing van het bepaalde in het eerste lid
onder l wordt een toelichting met tekeningen of een
deskundigenrapport gevoegd, waaruit blijkt dat aan de betreffende
eisen is voldaan. Het college wint advies in bij de regionale
brandweer Zaanstreek-Waterland.
**3..** Met betrekking tot het bepaalde in de voorgaande leden kan het
college nadere regels stellen.
Hoofdstuk
Artikel 11
Veiligheids- en inrichtingseisen
Onderdeel van Woonschepenverordening Zaanstad 2010