Het college kan de ligplaatsvergunning intrekken indien:
de ligplaatsvergunning ten gevolge van een onjuiste opgave of
informatie is verleend
de gegevens in de ligplaatsvergunning niet meer overeenstemmen
met de werkelijke situatie;
niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening
gegeven voorschriften, waaronder de veiligheids- en
inrichtingseisen als genoemd in artikel 11;
het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft naar het
oordeel van het college afbreuk doet aan het aanzien van de
gemeente;
het woonschip gedurende twaalf tot maximaal zesentwintig
aaneengesloten weken niet op de ligplaats aanwezig is zonder
voorafgaande schriftelijke melding aan het college;
het woonschip langer dan zesentwintig aaneengesloten weken niet
op de ligplaats aanwezig is zonder voorafgaand schriftelijk
gevraagde en voorafgaand verkregen toestemming van het
college;
op de ligplaats voorzieningen aanwezig zijn die niet zijn
vermeld op de ligplaatsvergunning.
Hoofdstuk
Artikel 12
Intrekking ligplaatsvergunning
Onderdeel van Woonschepenverordening Zaanstad 2010