Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 24.

Verantwoording besteding persoonsgebonden budget door belanghebbende

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning, gemeente West Maas en Waal

1.. Bij een eenmalig aan te schaffen voorziening dient belanghebbende de besteding van het persoonsgebonden budget binnen 60 dagen na dagtekening van de beschikking te verantwoorden door middel van het overleggen van een factuur en een bewijs van betaling. 2.. Voor de verantwoording van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening dient de belanghebbende een deugdelijke administratie bij te houden, waarin tenminste de volgende bewijsstukken zijn opgenomen: een arbeidsovereenkomst of een dienstverleningsovereenkomst waarin de aard en de omvang van de dienstverlening wordt beschreven; betaalbewijzen waaruit de besteding van het persoonsgebonden budget blijkt; 3.. Het college verricht steekproefsgewijs onderzoek naar de besteding van het persoonsgebonden budget zoals bedoeld in lid 2. 4.. De omvang van de steekproef bedraagt 10% van de totale omvang van persoonsgebonden budgetten voor periodieke dienstverlening. 5.. Belanghebbende is verplicht om de gevraagde bewijsstukken zoals genoemd in lid 2, per ommegaande aan het college te verstrekken, nadat hierom is verzocht. 6.. Indien de verantwoording niet voldoende is, kan het college het recht op het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk intrekken. 7.. De verantwoording kan niet worden gedaan door een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die leverancier is van de voorziening, waaraan het persoonsgebonden budget is besteed.

Rechtspraak bij dit artikel