Naar hoofdinhoud
Dit artikel regelt de samenloop bij gehuwden zonder kinderen waarbij een partner recht heeft op een WWB-uitkering en de ander op een inkomensvoorziening op grond van de WIJ. In deze gevallen worden zowel de bijstandsgerechtigde als de WIJ gerechtigde als alleenstaanden aangemerkt. Beiden hebben recht op de basisnorm alleenstaande. De optelsom hiervan is gelijk aan het van toepassing zijnde sociale minimum. Als de niet-rechthebbende partner een WWB-uitkering ontvangt, is er geen aanleiding om een toeslag te verstrekken. Dat geldt evenzeer voor de bijstandsgerechtigde partner. Beiden kunnen immers nimmer een uitkering ontvangen die samen meer bedraagt dan 100% van de bijstandsnorm voor gehuwden. Omdat beide partners dan aanspraak hebben op de norm die voor een alleenstaande geldt, betekent dit tegelijkertijd dat een verlaging in verband met medebewoning formeel gezien niet mogelijk is. In voorkomende gevallen is het in dat geval mogelijk met toepassing van artikel 18, eerste lid WWB de bijstandsnorm van de bijstandsgerechtigde partner te verlagen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel