Deze verordening kan worden aangehaald als "Algemene subsidieverordening Schiedam 2006” of als “ASV Schiedam 2006”.
Algemene toelichting op de Algemene subsidieverordening Schiedam 2006 Inleiding
Deze verordening vervangt de Algemene subsidieverordening 2000.
De nieuwe verordening is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
de verordening bevat algemene, procedurele regels en criteria voor subsidiering.
Beleidsinhoudelijke criteria worden vastgesteld in algemene beleidsnota's en beleidsnota’s voor het betreffende beleidsterrein. Dit bevordert de flexibiliteit en de mate van inhoudelijke sturing;
de subsidie wordt in beginsel verstrekt voor te verrichten activiteiten en prestaties;
bij de voorwaarden die gelden voor subsidieverlening en subsidievaststelling en bij de verplichtingen waaraan de subsidieontvanger moet voldoen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de individuele omstandigheden van de subsidieontvanger (maatwerk).
Algemene wet bestuursrecht (Awb) Afdeling 4.2 regelt de subsidieverhouding tussen overheid en burger. Hoofdregel is dat een wettelijke grondslag is vereist voor het verstrekken van subsidies. Oogmerk is verbetering van de rechtszekerheid van aanvragers en ontvangers van subsidie en van de doelmatigheid van overheidsuitgaven. De bedoelde wettelijke grondslag voor gemeentelijke subsidies wordt gevormd door een verordening, in dit geval de Algemene subsidieverordening Schiedam 2006.
De Awb onderscheidt drie fasen in het subsidieproces:
de subsidieverlening
de subsidievaststelling
de uitbetaling.
De subsidieverlening
Het subsidieproces begint met een subsidieaanvraag. Op deze aanvraag neemt de subsidieverstrekker een besluit of de subsidie wordt verleend: de beschikking tot subsidieverlening. In deze beschikking moet of een maximumbedrag worden opgenomen óf de wijze waarop de subsidie wordt berekend met daarbij een maximumbedrag. Bovendien moet in de beschikking tot subsidieverlening een omschrijving staan van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verleend.
Deze beschikking geeft de aanvrager aanspraak op uitbetaling van de subsidie, op voorwaarde dat de aanvrager de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt en de daaraan verbonden verplichtingen ook daadwerkelijk uitvoert. Zonodig kunnen aan de aanvrager voorschotten worden verstrekt ter uitvoering van deze activiteiten.
De subsidievaststelling
Wanneer de activiteiten zijn afgerond, dient de aanvrager een verzoek tot vaststelling van de subsidie in. In dit verzoek legt de aanvrager tevens rekening en verantwoording af. De subsidieverstrekker stelt vervolgens de definitieve subsidie vast: de beschikking tot subsidievaststelling.
Het bedrag van de subsidievaststelling kan lager zijn dan het bedrag genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, bijvoorbeeld indien de aanvrager niet alle overeengekomen activiteiten heeft uitgevoerd.
De Awb biedt de mogelijkheid om de subsidieverlening en subsidievaststelling samen te laten vallen. In dat geval wordt meteen het definitieve subsidiebedrag vastgesteld en is er geen sprake van een (voorafgaande) beschikking tot subsidieverlening.
De uitbetaling
De beschikking tot de subsidievaststelling verplicht de subsidieverstrekker tot uitbetaling, tenzij de subsidie op € 0,-- wordt vastgesteld. De uitbetaling is een privaatrechtelijke rechtshandeling en dus geen beschikking in de zin van de Awb. Op uitbetalingen is het privaatrecht van toepassing.
Bij de uitbetaling vindt een verrekening plaats met eventueel verstrekte voorschotten.
In deze fase van het subsidieproces kunnen ook terugvordering van voorschotten en onverschuldigd betaalde subsidies plaatsvinden.
Voor de verschillende subsidiesoorten wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 1.1. De verordening volgt de opbouw van de subsidietitel in de Awb.
Artikelsgewijze toelichting van de Algemene subsidieverordening Schiedam 2006