1. Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing intrekken.
2. Artikel 3, tweede lid, alsmede de artikelen 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing op de intrekking.
3. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of aan de monumentenverordening van de provincie Noord-Holland.
4. De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.