Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2

Tijdelijke woonvoorzieningen op het eigen erf

Onderdeel van Huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten in de land- en tuinbouw

Tijdens de piekperioden is het niet reëel om van agrarische ondernemers te verlangen dat zij voor alle arbeidskrachten inpandige huisvesting realiseren, die gedurende de overige maanden van het jaar leeg zou staan. Daarom wil de gemeente agrarische ondernemers in piekperioden de mogelijkheid bieden arbeidskrachten die tijdelijk op het bedrijf werkzaam zijn, te huisvesten buiten de agrarische bedrijfsgebouwen in tijdelijke woonvoorzieningen . Voorwaarde is wel dat de tijdelijke woonvoorzieningen binnen het agrarisch bouwblok worden geplaatst (of direct aansluitend daarop) en op een zorgvuldige wijze worden ingepast in het landschap (door bijvoorbeeld beplanting). Om verrommeling van het landschap te voorkomen en permanente bewoning tegen te gaan moeten de tijdelijke woonvoorzieningen buiten de piekperiode verwijderd worden. De piekperiode verschilt per sector. Om die reden achten wij het niet wenselijk de piekperiode precies af te bakenen maar geldt de eis dat tijdelijke woonvoorzieningen gedurende maximaal 4 maanden per jaar op het erf aanwezig mogen zijn. In de praktijk is een periode van 4 maanden afdoende om in de piek te voorzien. Onderstaand wordt een indicatief overzicht gegeven van de pieken in de arbeidsbehoefte voor de in de regio Rivierenland dominante tuinbouwsectoren. Wanneer agrarische ondernemers arbeidskrachten willen huisvesten in tijdelijke woonvoorzieningen op het agrarische erf zullen zij ook moeten zorgen voor adequate voorzieningen zoals sanitair en wasruimte, voorzover niet aanwezig in de tijdelijke woonvoorzieningen zelf. De voorzieningen dienen te voldoen aan de meest essentiële eisen van het Bouwbesluit (voornamelijk constructieve- en brandveiligheid; zie bijlage 1). De gemeente kan medewerking verlenen aan het realiseren van tijdelijke woonvoorzieningen via een binnenplanse ontheffing (artikel 3.6 Wro) en door het afgeven van een tijdelijke bouwvergunning voor maximaal 5 jaar (ex. artikel 45 Woningwet). In de tijdelijke bouwvergunning kan de precieze periode worden vastgelegd hetgeen de controle en handhaving vergemakkelijkt. Op die manier kan medewerking worden verleend aan het huisvesten van arbeidskrachten, maar kan wel worden getoetst of er adequate voorzieningen aanwezig zijn (zoals sanitair e.d.) en of de tijdelijke woonvoorzieningen op een goede wijze in de omgeving zijn ingepast. Voorwaarde voor het volgen van een binnenplanse ontheffing is wel dat het bestemmingsplan op korte termijn wordt herzien. Tot die tijd kan de gemeente in dit geval medewerking verlenen aan het huisvesten van arbeidskrachten via een tijdelijke ontheffing (artikel 3.22 Wro) voor een maximale periode van 5 jaar, waarbij dus in de tijdelijke bouwvergunning de precieze periode (met een maximum van 4 maanden per jaar) wordt opgenomen. Bij het verlenen van medewerking aan tijdelijke voorzieningen ten behoeve van het huisvesten van tijdelijke arbeidskrachten wordt getoetst aan de volgende beleidsregels: de huisvesting betreft uitsluitend werknemers die alleen binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn, danwel binnen het naastgelegen bedrijf, werkzaamheden verrichten; de huisvesting voldoet aan de meest essentiële eisen uit het Bouwbesluit; de tijdelijke woonvoorzieningen worden geplaatst binnen het agrarisch bouwblok of eventueel direct aansluitend daarop; de tijdelijke woonvoorzieningen hebben een maximale nokhoogte van 3,0 meter; de tijdelijke woonvoorzieningen zijn zodanig in de omgeving ingepast dat omwonenden geen onevenredige hinder ondervinden van de bebouwing en de bebouwing geen afbreuk doet aan de karakteristieke landschappelijke kwaliteiten van het gebied; de tijdelijke woonvoorzieningen mogen in een aansluitende periode maximaal 4 maanden per jaar op het erf aanwezig zijn, waarbij de precieze toegestane periode in de tijdelijke bouwvergunning wordt vastgelegd. Buiten die periode moeten de woonvoorzieningen verwijderd worden. Wanneer de tijdelijke woonvoorzieningen niet tijdig verwijderd worden, kan de gemeente als sanctie de (tijdelijke) ontheffing/ bouwvergunning intrekken. [3] Onder tijdelijke woonvoorzieningen worden verstaan: woonunits en stacaravans.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel