Tijdens de piekperioden is het niet reëel om van agrarische ondernemers
te verlangen dat zij voor alle arbeidskrachten inpandige huisvesting
realiseren, die gedurende de overige maanden van het jaar leeg zou
staan. Daarom wil de gemeente agrarische ondernemers in piekperioden
de mogelijkheid bieden arbeidskrachten die tijdelijk op het bedrijf
werkzaam zijn, te huisvesten buiten de agrarische bedrijfsgebouwen in
tijdelijke woonvoorzieningen . Voorwaarde is wel dat de tijdelijke
woonvoorzieningen binnen het agrarisch bouwblok worden geplaatst (of
direct aansluitend daarop) en op een zorgvuldige wijze worden ingepast
in het landschap (door bijvoorbeeld beplanting). Om verrommeling van het
landschap te voorkomen en permanente bewoning tegen te gaan moeten de
tijdelijke woonvoorzieningen buiten de piekperiode verwijderd worden. De
piekperiode verschilt per sector. Om die reden achten wij het niet
wenselijk de piekperiode precies af te bakenen maar geldt de eis dat
tijdelijke woonvoorzieningen gedurende maximaal 4 maanden per jaar op
het erf aanwezig mogen zijn. In de praktijk is een periode van 4 maanden
afdoende om in de piek te voorzien. Onderstaand wordt een indicatief
overzicht gegeven van de pieken in de arbeidsbehoefte voor de in de
regio Rivierenland dominante tuinbouwsectoren. Wanneer agrarische ondernemers arbeidskrachten willen
huisvesten in tijdelijke woonvoorzieningen op het agrarische erf zullen
zij ook moeten zorgen voor adequate voorzieningen zoals sanitair en
wasruimte, voorzover niet aanwezig in de tijdelijke woonvoorzieningen
zelf. De voorzieningen dienen te voldoen aan de meest essentiële eisen
van het Bouwbesluit (voornamelijk constructieve- en brandveiligheid; zie
bijlage 1). De gemeente kan medewerking verlenen aan het realiseren van
tijdelijke woonvoorzieningen via een binnenplanse ontheffing (artikel
3.6 Wro) en door het afgeven van een tijdelijke bouwvergunning voor
maximaal 5 jaar (ex. artikel 45 Woningwet). In de tijdelijke
bouwvergunning kan de precieze periode worden vastgelegd hetgeen de
controle en handhaving vergemakkelijkt. Op die manier kan medewerking
worden verleend aan het huisvesten van arbeidskrachten, maar kan wel
worden getoetst of er adequate voorzieningen aanwezig zijn (zoals
sanitair e.d.) en of de tijdelijke woonvoorzieningen op een goede wijze
in de omgeving zijn ingepast. Voorwaarde voor het volgen van een
binnenplanse ontheffing is wel dat het bestemmingsplan op korte termijn
wordt herzien. Tot die tijd kan de gemeente in dit geval medewerking
verlenen aan het huisvesten van arbeidskrachten via een tijdelijke
ontheffing (artikel 3.22 Wro) voor een maximale periode van 5 jaar,
waarbij dus in de tijdelijke bouwvergunning de precieze periode (met een
maximum van 4 maanden per jaar) wordt opgenomen.
Bij het verlenen van medewerking aan tijdelijke voorzieningen ten
behoeve van het huisvesten van tijdelijke arbeidskrachten wordt getoetst
aan de volgende beleidsregels: de huisvesting betreft uitsluitend
werknemers die alleen binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn, danwel
binnen het naastgelegen bedrijf, werkzaamheden verrichten; de
huisvesting voldoet aan de meest essentiële eisen uit het Bouwbesluit;
de tijdelijke woonvoorzieningen worden geplaatst binnen het agrarisch
bouwblok of eventueel direct aansluitend daarop; de tijdelijke
woonvoorzieningen hebben een maximale nokhoogte van 3,0 meter; de
tijdelijke woonvoorzieningen zijn zodanig in de omgeving ingepast dat
omwonenden geen onevenredige hinder ondervinden van de bebouwing en de
bebouwing geen afbreuk doet aan de karakteristieke landschappelijke
kwaliteiten van het gebied; de tijdelijke woonvoorzieningen mogen in een
aansluitende periode maximaal 4 maanden per jaar op het erf aanwezig
zijn, waarbij de precieze toegestane periode in de tijdelijke
bouwvergunning wordt vastgelegd. Buiten die periode moeten de
woonvoorzieningen verwijderd worden. Wanneer de tijdelijke
woonvoorzieningen niet tijdig verwijderd worden, kan de gemeente als
sanctie de (tijdelijke) ontheffing/ bouwvergunning intrekken.
[3] Onder tijdelijke woonvoorzieningen worden verstaan: woonunits en
stacaravans.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2
Tijdelijke woonvoorzieningen op het eigen erf
Onderdeel van Huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten in de land- en tuinbouw