Agrarische ondernemers wordt de mogelijkheid geboden tijdelijke
arbeidskrachten die tijdelijk op het eigen bedrijf werkzaam zijn, te
huisvesten binnen de (vrijgekomen) agrarische bedrijfsgebouwen. Om te
voorkomen dat elk agrarisch bedrijf eigen huisvesting moet creëren,
achten wij het ook acceptabel wanneer tijdelijke arbeidskrachten in de
panden van het direct aangrenzende agrarische bedrijf worden gehuisvest.
Wij vinden het echter niet gewenst om grootschalige
overnachtingsmogelijkheden te creëren in het buitengebied voor groepen
die niet ook op die plek werkzaam zijn. Het is mogelijk een bestaand
bedrijfsgebouw tot woonruimte te verbouwen. Wanneer een agrarische
ondernemer kan aantonen dat binnen de bestaande bedrijfsgebouwen geen
ruimte is voor het inrichten van huisvesting, kan hij onder strikte
voorwaarden (zie hieronder) ook nieuwe bedrijfsgebouwen oprichten ten
behoeve van huisvesting. De huisvesting mag het gehele jaar door
gebruikt worden maar is wel nadrukkelijk bedoeld voor het huisvesten van
arbeidskrachten die op het eigen, of direct naastgelegen, bedrijf
werkzaam zijn. Permanente bewoning wordt niet toegestaan. Daarop zal
(steekproefsgewijs) worden gecontroleerd.
De woonruimte moet voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit en de
gemeentelijke bouwverordening. Dat betekent bijvoorbeeld dat naast
slaapruimtes ook sanitair, badruimte, verblijfsruimte en kookgelegenheid
aanwezig moet zijn en dat per persoon een bepaald minimum aan
gebruiksoppervlakte beschikbaar moet zijn. Voorts is voor de meeste
initiatieven (vanaf 5 personen) een gebruiksvergunning vereist. Er kan
medewerking worden verleend aan het huisvesten van arbeidskrachten in de
bedrijfsgebouwen via een binnenplanse ontheffing (artikel 3.6 Wro). Op
die manier kan relatief snel en eenvoudig medewerking worden verleend
aan het huisvesten van arbeidskrachten, maar kan wel worden getoetst of
de voorzieningen geschikt en bedoeld zijn voor het huisvesten van
arbeidskrachten. Voorwaarde voor het volgen van een binnenplanse
vrijstelling is wel dat het bestemmingsplan op korte termijn wordt
herzien. Bij de regeling in het bestemmingsplan wordt bezien of er
specifieke eisen kunnen worden opgenomen qua maatvoering (bijvoorbeeld
aantal m2 per persoon en/of het minimaal/maximaal aantal m2 voor
gezamenlijke voorzieningen).
Tot die tijd kan aan een principeverzoek tot het huisvesten van
tijdelijke arbeidskrachten medewerking worden verleend via een separate
bestemmingsplanherziening. Waar een bestemmingsplanherziening aanstaande
is, kan ook medewerking worden verleend middels een projectbesluit (ex.
art. 3.10 Wro). Voorwaarde hierbij is wel dat er een concreet
bouw-/schetsplan voorligt. Bij het verlenen van ontheffing ten behoeve van het
huisvesten van arbeidskrachten wordt getoetst aan de volgende
beleidsregels: de huisvesting betreft uitsluitend werknemers die alleen
binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn, danwel binnen het
naastgelegen bedrijf, werkzaamheden verrichten; de huisvesting betreft
uitsluitend werknemers die tijdelijk op het bedrijf werkzaam zijn.
Permanente bewoning is niet toegestaan, vergelijkbaar met het beleid
inzake recreatiewoningen. Ter controle (handhaving) kan de gemeente via
de loonadministratie nagaan voor welke periode tijdelijke
arbeidskrachten worden ingeschakeld en gehuisvest; het bedrijf kan
aantonen dat het aantal te realiseren wooneenheden is afgestemd op de
behoefte aan tijdelijke arbeidskrachten; de huisvesting voldoet aan alle
eisen uit het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening; het
geniet de nadrukkelijke voorkeur dat certificering via de Stichting
Internationale Arbeidsbemiddeling (SKIA) wordt verkregen; er is een
bodemonderzoek nodig gelet op het toevoegen van een woonvoorziening; er
wordt voldaan aan parkeernormen en het parkeren kan worden opgelost op
eigen terrein (binnen het agrarisch bouwperceel); voor initiatieven met
meer dan 5 logieseenheden is een gebruiksvergunning nodig; er is geen
sprake van zelfstandige wooneenheden . Wanneer een bedrijf een nieuw
bedrijfsgebouw wil oprichten of een bestaand bedrijfsgebouw wil
uitbreiden ten behoeve van het huisvesten van tijdelijke arbeidskrachten
gelden – afgezien van de voorschriften in het vigerende bestemmingsplan
en de bovengenoemde beleidsregels – aanvullend de volgende
beleidsregels: het bedrijf kan aantonen dat binnen de bestaande
bedrijfsgebouwen geen ruimte is voor het huisvesten van arbeidskrachten;
het bedrijf kan aantonen dat het nieuwe bedrijfsgebouw of uit te breiden
bedrijfsgebouw alleen gebruikt zal worden voor het huisvesten van
tijdelijke arbeidskrachten en niet voor andere functies; nieuwe
bedrijfsgebouwen worden aansluitend op de bestaande bebouwing
gerealiseerd (ruimtelijke concentratie van bebouwing).
[2] Bij de toetsing wordt bekeken in hoeverre de wooneenheid geschikt
is voor zelfstandige bewoning. Wooneenheden die bijvoorbeeld niet
beschikken over eigen sanitair en kookgelegenheid zullen in de praktijk
beschouwd worden als onzelfstandige wooneenheden.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
Huisvesting binnen agrarische bedrijfsgebouwen
Onderdeel van Huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten in de land- en tuinbouw