Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Huisvesting binnen agrarische bedrijfsgebouwen

Onderdeel van Huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten in de land- en tuinbouw

Agrarische ondernemers wordt de mogelijkheid geboden tijdelijke arbeidskrachten die tijdelijk op het eigen bedrijf werkzaam zijn, te huisvesten binnen de (vrijgekomen) agrarische bedrijfsgebouwen. Om te voorkomen dat elk agrarisch bedrijf eigen huisvesting moet creëren, achten wij het ook acceptabel wanneer tijdelijke arbeidskrachten in de panden van het direct aangrenzende agrarische bedrijf worden gehuisvest. Wij vinden het echter niet gewenst om grootschalige overnachtingsmogelijkheden te creëren in het buitengebied voor groepen die niet ook op die plek werkzaam zijn. Het is mogelijk een bestaand bedrijfsgebouw tot woonruimte te verbouwen. Wanneer een agrarische ondernemer kan aantonen dat binnen de bestaande bedrijfsgebouwen geen ruimte is voor het inrichten van huisvesting, kan hij onder strikte voorwaarden (zie hieronder) ook nieuwe bedrijfsgebouwen oprichten ten behoeve van huisvesting. De huisvesting mag het gehele jaar door gebruikt worden maar is wel nadrukkelijk bedoeld voor het huisvesten van arbeidskrachten die op het eigen, of direct naastgelegen, bedrijf werkzaam zijn. Permanente bewoning wordt niet toegestaan. Daarop zal (steekproefsgewijs) worden gecontroleerd. De woonruimte moet voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening. Dat betekent bijvoorbeeld dat naast slaapruimtes ook sanitair, badruimte, verblijfsruimte en kookgelegenheid aanwezig moet zijn en dat per persoon een bepaald minimum aan gebruiksoppervlakte beschikbaar moet zijn. Voorts is voor de meeste initiatieven (vanaf 5 personen) een gebruiksvergunning vereist. Er kan medewerking worden verleend aan het huisvesten van arbeidskrachten in de bedrijfsgebouwen via een binnenplanse ontheffing (artikel 3.6 Wro). Op die manier kan relatief snel en eenvoudig medewerking worden verleend aan het huisvesten van arbeidskrachten, maar kan wel worden getoetst of de voorzieningen geschikt en bedoeld zijn voor het huisvesten van arbeidskrachten. Voorwaarde voor het volgen van een binnenplanse vrijstelling is wel dat het bestemmingsplan op korte termijn wordt herzien. Bij de regeling in het bestemmingsplan wordt bezien of er specifieke eisen kunnen worden opgenomen qua maatvoering (bijvoorbeeld aantal m2 per persoon en/of het minimaal/maximaal aantal m2 voor gezamenlijke voorzieningen). Tot die tijd kan aan een principeverzoek tot het huisvesten van tijdelijke arbeidskrachten medewerking worden verleend via een separate bestemmingsplanherziening. Waar een bestemmingsplanherziening aanstaande is, kan ook medewerking worden verleend middels een projectbesluit (ex. art. 3.10 Wro). Voorwaarde hierbij is wel dat er een concreet bouw-/schetsplan voorligt. Bij het verlenen van ontheffing ten behoeve van het huisvesten van arbeidskrachten wordt getoetst aan de volgende beleidsregels: de huisvesting betreft uitsluitend werknemers die alleen binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn, danwel binnen het naastgelegen bedrijf, werkzaamheden verrichten; de huisvesting betreft uitsluitend werknemers die tijdelijk op het bedrijf werkzaam zijn. Permanente bewoning is niet toegestaan, vergelijkbaar met het beleid inzake recreatiewoningen. Ter controle (handhaving) kan de gemeente via de loonadministratie nagaan voor welke periode tijdelijke arbeidskrachten worden ingeschakeld en gehuisvest; het bedrijf kan aantonen dat het aantal te realiseren wooneenheden is afgestemd op de behoefte aan tijdelijke arbeidskrachten; de huisvesting voldoet aan alle eisen uit het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening; het geniet de nadrukkelijke voorkeur dat certificering via de Stichting Internationale Arbeidsbemiddeling (SKIA) wordt verkregen; er is een bodemonderzoek nodig gelet op het toevoegen van een woonvoorziening; er wordt voldaan aan parkeernormen en het parkeren kan worden opgelost op eigen terrein (binnen het agrarisch bouwperceel); voor initiatieven met meer dan 5 logieseenheden is een gebruiksvergunning nodig; er is geen sprake van zelfstandige wooneenheden . Wanneer een bedrijf een nieuw bedrijfsgebouw wil oprichten of een bestaand bedrijfsgebouw wil uitbreiden ten behoeve van het huisvesten van tijdelijke arbeidskrachten gelden – afgezien van de voorschriften in het vigerende bestemmingsplan en de bovengenoemde beleidsregels – aanvullend de volgende beleidsregels: het bedrijf kan aantonen dat binnen de bestaande bedrijfsgebouwen geen ruimte is voor het huisvesten van arbeidskrachten; het bedrijf kan aantonen dat het nieuwe bedrijfsgebouw of uit te breiden bedrijfsgebouw alleen gebruikt zal worden voor het huisvesten van tijdelijke arbeidskrachten en niet voor andere functies; nieuwe bedrijfsgebouwen worden aansluitend op de bestaande bebouwing gerealiseerd (ruimtelijke concentratie van bebouwing). [2] Bij de toetsing wordt bekeken in hoeverre de wooneenheid geschikt is voor zelfstandige bewoning. Wooneenheden die bijvoorbeeld niet beschikken over eigen sanitair en kookgelegenheid zullen in de praktijk beschouwd worden als onzelfstandige wooneenheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel