Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Meningsvormende vergaderingen

Onderdeel van Verordening voor de raadscommissies van de gemeente Moerdijk

Meningsvormende vergaderingen hebben als doel het beraadslagen door de commissieleden over mogelijke standpunten ten aanzien van aan de orde zijnde onderwerpen. In beginsel nemen het college en de burgemeester geen deel aan de in het eerste lid bedoelde beraadslagingen bij onderwerpen, welke in een beeldvormende commissievergadering aan de orde zijn geweest. Het college en de burgemeester kunnen aan de in het eerste lid bedoelde beraadslagingen deelnemen indien het voorstel of onderwerp van het college afkomstig is en niet in een beeldvormende commissievergadering aan de orde is geweest. Op uitnodiging van de voorzitter kan het college of de burgemeester ook aan andere beraadslagingen deelnemen. Burgers en belanghebbenden hebben in meningsvormende vergaderingen in beginsel geen spreekrecht, tenzij de voorzitter hen het recht op spreekrecht, overeenkomstig artikel 20, verleent. Daarnaast kunnen burgers en belanghebbenden aan de beraadslagingen deelnemen indien de raadscommissie dat op grond van artikel 10 lid 2 toestaat. Meningsvormende vergaderingen worden door de voorzitter afgesloten met een formulering van een advies aan de raad, dat kan luiden: het aan de orde zijnde onderwerp is voldoende besproken en rijp voor besluitvorming in de raad (sterstuk); het aan de orde zijnde onderwerp is voldoende besproken en rijp voor besluitvorming in de raad, doch vereist nog debat in de raadsvergadering; het aan de orde zijnde onderwerp is nog onvoldoende besproken en moet al dan niet na verdere uitwerking of voorbereiding door het college in een volgende meningsvormende vergadering opnieuw aan de orde komen. De commissie brengt dit advies schriftelijk uit aan de raad, welke wordt meegestuurd met de stukken voor de raadsvergadering, waarin het onderwerp van advies zal worden behandeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel