De invoering van de nieuwe wet ruimtelijke ordening geeft kaders voor de huidige methodiek van de reserve bovenwijkse voorzieningen. Conform de nieuwe wetgeving mag in de anterieure fase op vrijwillige basis een bijdrage voor ruimtelijke ontwikkelingen zoals bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke investeringen worden gevraagd. Voor afdwingbaar kostenverhaal van bovenwijkse voorzieningen via het exploitatieplan dient voldaan te worden aan de drie criteria; profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit. Dit betekent dat er een aanwijsbare relatie moet zijn tussen de aan te leggen bovenwijkse voorziening en het betreffende ontwikkelingsplan. Een grondexploitatie hoeft alleen bij te dragen, in de mate dat dit plan profijt (gebruiksnut) heeft van een voorziening. In de anterieure fase bestaat er relatief veel vrijheid met betrekking tot het maken van afspraken over kostenverhaal. Desondanks wordt er voorgesteld aan te sluiten bij de nieuwe Wet ruimtelijke ordening en kostenverhaal te baseren op het profijtbeginsel. Voor bovenwijkse voorzieningen geldt dat nieuwe grondexploitaties (waaronder particuliere exploitanten) hieraan bijdragen voor zover deze daar bij gebaat zijn. Op basis van objectieve criteria (zoals verkeersbewegingen of gebruik) is nagegaan in hoeverre exploitatiegebieden baat hebben bij de bovenwijkse voorzieningen. Dit leidt tot een verdeelsleutel per bovenwijkse voorziening, die aangeeft welk deel gefinancierd dient te worden door het bestaand bebouwd gebied (algemene middelen) en welk deel door nieuwe ontwikkelingen (grondexploitaties). De uitkomst van deze toebedeling is omgeslagen over het oppervlakte uitgeefbare meters waaruit een gemiddeld tarief per vierkante meter voortvloeit. Kostenverhaal van bovenwijkse voorzieningen geschied op deze manier volgens het profijtbeginsel. Voor ruimtelijke investeringen is de profijtrelatie tussen een investering en een gebiedsontwikkeling minder duidelijk. Uitgangspunt hierbij is dat de hele gemeente in gelijke mate profiteert. Het totaal aan ruimtelijke investeringen wordt verdeeld naar rato van nieuw toe te voegen woningen of woningequivalenten. Dit leidt voor ruimtelijke investeringen tot een tarief per woning.