De uitgaven van de bestemmingsreserves worden bepaald door de financieringsbehoefte en gebruiksnut van de aanleg van bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke investeringen in de gemeente. Na aftrek van externe bijdragen / subsidies resteert een investeringsbedrag dat naar rato van profijt verdeeld is over de gebieden in de gemeente.
Per bovenwijks / ruimtelijk project is op basis van het profijtbeginsel een toebedeling gemaakt:
- Het deel dat betrekking heeft op het bestaand bebouwd gebied wordt uit algemene dekkingsmiddelen gefinancierd.
- Het deel dat betrekking het op nieuwe gebiedsontwikkelingen (grondexploitatieprojecten) wordt gefinancierd door de bestemmingsreserve Bovo / RI.
- Het deel van de investering dat stedenbouwkundig alleen ten behoeve van één exploitatiegebied is (niet bovenwijks is), dient door de grondexploitatie zelf gefinancierd te worden. In het hoofdstuk 5 zijn de geïnventariseerde projecten gepresenteerd, evenals de toebedeling over de grondexploitaties en bestaand bebouwd gebied. Voor de aan te leggen bovenwijkse voorzieningen tot 2020 is in totaal een netto investeringsbedrag geraamd van € 1,1 mln.[4] . Voor de realisatie van de geselecteerde ruimtelijke investeringen is in totaal een netto investeringsbedrag geraamd van € 2,3 mln. Hieronder is de dekking van de geïnventariseerde bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke investeringen weergegeven. Dekking Bovenwijkse voorzieningen De Reserve Bovo beperkt zich tot de financiering voor zover deze betrekking heeft op gebate grondexploitaties, het gaat om kostenverhaal. De totale financiering van de bovenwijkse projecten wordt buiten de reserve om geregeld. [4] Het netto investeringsbedrag is de totale bijdrage in de kosten van de aanleg van de voorziening vanuit de reserve.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2
Uitgaven bestemmingsreserves
Onderdeel van Nota Bovenwijkse Voorzieningen 2010