Bij elk agendapunt, uitgezonderd de vaststelling van het
verslag, kunnen andere aanwezige burgers gedurende maximaal
vijf minuten het woord voeren over geagendeerde
onderwerpen.
Het woord kan niet gevoerd worden over:
een besluit van het gemeentebestuur waartegen
bezwaar en beroep openstaat of heeft
opengestaan;
benoeming, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
personen;
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van
de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
ingediend.
De spreker voert het woord nadat de voorzitter hem dit heeft
verleend vanaf een aangewezen spreekplaats. De spreker kan
maximaal in twee termijnen van elk vijf minuten spreken
waarbij spreker in tweede termijn alleen zaken naar voren
kan brengen die in eerste termijn nog niet aan de orde zijn
geweest. Daarna doet de voorzitter of een lid een voorstel
voor de behandeling van de inbreng van de burger.
Hoofdstuk 4: › Paragraaf 2
Artikel 17
Spreekrecht burgers
Onderdeel van VERORDENING OP DE RAADSCOMMISSIE LOPIK 2010