Een schriftelijke klacht wordt direct ter kennis gebracht van de klachtencoördinator.
Een ontvankelijke klacht wordt door de klachtencoördinator direct in handen gesteld van degene die op grond van artikel 5 met de afdoening is belast en deze licht degene op wie de klacht betrekking heeft direct daarover in.
De klachtbehandelaar stelt de klager, alsmede degene op wie de klacht betrekking heeft, in de gelegenheid te worden gehoord. Indien betrokkenen daarmee instemmen, kan hoor en wederhoor gelijktijdig plaatsvinden. Het horen vindt plaats in aanwezigheid van de klachtencoördinator, die hiervan een verslag maakt.
De klachtbehandelaar tracht altijd eerst de klacht via bemiddeling af te doen. De termijn hiervoor bedraagt vier weken. Indien de klacht op deze manier naar tevredenheid van de klager wordt opgelost, vervalt de verplichting de klacht nog verder te behandelen. In dit geval meldt de klachtencoördinator de klacht en het resultaat van de bemiddeling schriftelijk aan de voorzitter van de raad.
Indien het niet lukt om via bemiddeling tot een bevredigende oplossing te komen, dan wordt door de klachtbehandelaar in samenspraak met de klachtencoördinator schriftelijk advies uitgebracht aan de voorzitter van de raad, die vervolgens binnen de wettelijke termijn een beslissing neemt op de klacht. De klager wordt schriftelijk in kennis gesteld van de bevindingen naar aanleiding van de klacht en van de eventuele daaraan verbonden conclusies. De klager wordt tevens gewezen op de mogelijkheid de klacht voor te leggen aan de gemeentelijke ombudsman.
In overleg met de klachtencoördinator kan de klachtbehandelaar in bijzondere gevallen de afhandeling van de klacht met ten hoogste vier weken verdagen. Zowel de klager als degene op wie de klacht betrekking heeft wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld door de klachtencoördinator.
Artikel 4
Schriftelijke klachten
Onderdeel van Interne klachtenregeling griffie en raad gemeente Bunschoten