Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2.

Artikel 2.3

GSM en gezondheid

Onderdeel van Antennebeleid

Nieuw is onbekend en maakt ongerust. In opdracht van de gezamenlijke ministeries is door de Gezondheidsraad onderzoek gedaan naar de effecten van radiofrequente elektromagnetische velden op de gezondheid. Hierbij wordt verwezen naar de ministeriële folders 'Gezondheidsaspecten van het gebruik van mobiele telefoons' (januari 1998) en 'Informatie over antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie' (augustus 1999). De conclusie in eerstgenoemde brochure is dat uit allerlei onderzoeken is gebleken dat mobiele telefoons ruim onder de geadviseerde limiet blijven. De Gezondheidsraad ziet dus geen aanleiding om het gebruik van mobiele telefoons af te raden. In laatstgenoemde folder - die overigens bedoeld is voor overheden en operators - wordt vooral aandacht besteed aan de antenne-installaties zelf. Er circuleren hardnekkige verhalen over aantasting van de volksgezondheid. In objectieve zin kan hierover het volgende worden gemeld: een GSM-antenne roept elektromagnetische velden (ook wel radiogolven genoemd) op. Op zich zijn deze velden heel gewoon; iedereen wordt op elk moment van de dag hieraan blootgesteld via zowel natuurlijke als kunstmatige bronnen (b.v. radio, tv, anti-diefstalpoortjes). Bij overschrijding van bepaalde niveaus (veldsterkten) kunnen elektromagnetische velden wellicht schadelijk zijn voor het menselijk lichaam (opwarming). Dat is met name het geval indien deze temperatuurstijging te groot wordt. Sterke temperatuurstijging treedt alleen op korte afstand en recht voor de antenne op. Dat komt omdat GSM-antennes in een horizontale bundel zenden die nauwelijks naar beneden uitstraalt. Dit houdt verband met het feit, dat antennes een bepaald richteffect hebben waardoor de uitstraling naar boven en naar beneden wordt verminderd en in horizontale richting wordt versterkt. De vorm van de uitstraling lijkt sterk op een horizontale pannenkoek met de antenne in het middelpunt. Recht naar beneden zendt een antenne minder dan een ½% van zijn totale vermogen uit. Gesteld kan worden dat de sterkte van het elektromagnetische veld in alle gevallen op de grond c.q. onder de antenne ruimschoots lager is dan de advieswaarde van de Gezondheidsraad. Bij antenne-installaties op hoge gebouwen is de sterkte van het elektromagnetische veld zelfs minder dan 1% van die advieswaarde. Naast de thermische effecten (opwarming menselijk lichaam) worden ook wel niet-thermische effecten genoemd, zoals concentratieverlies, slapeloosheid, hoofdpijn en/of de kans op ernstige ziekten. Ondanks veel onderzoek naar deze niet-thermische effecten is er (tot op heden) geen wetenschappelijk verantwoord bewijs geleverd dat er een verband bestaat tussen dergelijke klachten en elektromagnetische velden. Vanuit het voorzorgprincipe zou het goed zijn te proberen antennes zo ver mogelijk van het publiek af te plaatsen. Echter gelet op het feit dat de Gezondheidsraad veiligheidsmarges heeft bepaald met een voorzorgsfactor van 50 maal de veilig aanbevolen waarde, is het niet nodig als gemeente nog strengere eisen te gaan stellen. Antennes leveren geen gevaar op voor de volksgezondheid en daarom zullen antennes geaccepteerd moeten worden als een veilig en normaal verschijnsel.

Rechtspraak bij dit artikel