Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4.

Artikel 4.1.

Bouwvergunning

Onderdeel van Antennebeleid

Artikel 40 van de Woningwet bepaalt dat het verboden is te bouwen zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders (bouwvergunning). Voor het oprichten van een bouwwerk - zoals een antennemast - is op zich dus bouwvergunning nodig. Artikel 43 van die wet maakt hierop een uitzondering voor het achter de voorgevelrooilijn plaatsen van een antenne die niet meer dan vijf meter hoog is. Het begrip 'antenne' wordt zeer strikt ingevuld. Hiermee wordt bedoeld: de staaf of spriet (met dwarssprieten) voor het ontvangen en zenden van signalen. Een antenne-installatie bestaat echter meestal uit drie onderdelen: een apparatuurkast, (zo nodig) een mast en één of meer antennes. Deze 2 of 3 onderdelen kunnen niet los van elkaar worden gezien, waardoor er geen sprake is van een vergunningvrij bouwwerk. De antenne-installatie als geheel is dus vergunningplichtig. Antenne-installaties zoals hier aan de orde zijn dus in ieder geval bouwvergunningplichtig. De vraag of een installatie op een gebouw ook bouwvergunningplichtig is, werd inmiddels door de rechter bevestigend beantwoord (zie uitspraak president rechtbank Haarlem d.d. 14-06-1999, nr. 99/3865). Hieruit blijkt, dat - zelfs wanneer het gaat om een zendinstallatie waarbij antenne en mast niet in het oog lopen en de techniekkast van buiten niet zichtbaar en op zichzelf beperkt van omvang is, er toch een bouwvergunning wordt vereist. Een dergelijke zendinstallatie is namelijk niet aan te merken als een verandering van niet-ingrijpende aard in de zin van artikel 43, 1e lid, onder e. van de Woningwet. Alleen wanneer een antenne-installatie wordt geplaatst op of over een (openbare) weg, een spoorweg, een (openbaar) vaarwater of in de daarbijbehorende bermen is geen bouwvergunning nodig. De installatie moet dan wel beperkt in omvang zijn en voldoen aan de technische eisen van het Bouwbesluit (artikel 43 van de Woningwet). Van gemeentewege wordt (op voorhand) uitgegaan van deze interpretatie en wordt dus voor het plaatsen van antenne-installaties bouwvergunning geëist. Overigens is voornoemde rechterlijke uitspraak gedaan in het kader van een voorlopige voorziening. Vandaar dat door de providers is getracht in een bodemprocedure duidelijkheid te verkrijgen over het al dan niet bouwvergunningplichtig zijn van de verschillende verschijningsvormen van GSM-installaties. Ondanks het feit dat eind mei 2000 een uitspraak is geweest in de bodemprocedure bleven de providers zich op het standpunt stellen dat antenne-installaties op gebouwen (mits kleiner dan 5 m) vergunningsvrij zijn. Tijdens de inspraakprocedure van deze nota heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) haar leden geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen van het Nationaal antennebeleid in relatie tot de aanstaande wijziging van de woningwet. De Tweede Kamer heeft zich op 14 mei 2001 achter het kabinetsstandpunt geschaard en zich uitgesproken voor het vergunningvrij maken van antennes tot 5 meter. De VNG adviseert haar leden dat binnen de kaders van de huidige wet de gemeenten al uitvoering kunnen geven aan het nieuwe antennebeleid. Monet heeft deze informatie aangegrepen en verwerkt in een inspraakreactie. De gemeente conformeert zich aan het standpunt van de VNG en komt in verband daarmee ook tegemoet aan de inspraakreactie van Monet. Antennes tot 5 meter zullen in het vervolg dan ook als vergunningvrij worden beschouwd

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel