Naar hoofdinhoud

Paragraaf 6.

Artikel 6.2.

Beleid provincie Overijssel

Onderdeel van Antennebeleid

In de handleiding en beleidsregels voor de ruimtelijke ordening geeft de provincie aan op welke wijze zij om wensen te gaan met telecommunicatie en antennemasten. De provincie onderkent het belang van de mobiele telefonie. Gelet op het maatschappelijke belang en de snelheid waarmee de ontwikkeling van het mobile net zich ontwikkeld acht de provincie de procedure van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening aanvaardbaar. De provincie stelt daarbij de volgende ruimtelijke voorwaarden: voorkeur voor gebruik van bestaande hoge elementen zoals hoge gebouwen en torens; als deze mogelijkheid niet aanwezig is dan wordt de voorkeur gegeven aan plaatsing van een solitaire antennemast in of bij bebouwd gebied op bedrijfsterreinen. Ook is plaatsing bij aanwezige artificiële infrastructurele elementen zoals wegen, viaducten, benzinestations en dergelijke mogelijk. In beginsel dienen de volgende gebieden te worden ontzien: landschappelijk waardevolle gebieden (natuurgebieden en waardevolle cultuurlandschappen); open landschappen; bebouwde gebieden met een woonfunctie; - waardevolle bebouwing/beschermde stads- en dorpsgezichten. Plaatsing in de hiervoor genoemde gebieden kan alleen bij uitzondering onder de volgende voorwaarden plaatsvinden; alternatieve locaties moeten goed onderzocht zijn op ruimtelijke (on)aanvaarbaarheid; er dient inzicht te bestaan in de functionele inpassing in het technisch netwerk (inzicht in dekking mast en zoekgebied plaatsing/technisch netwerk. Pas als uit deze gegevens blijkt dat geen beter alternatief beschikbaar is, kan als uitzondering ingestemd worden met plaatsing van een solitaire mast. Hierbij geldt als voorwaarde dat gelet op de in het geding zijnde ruimtelijke kwaliteiten de aantasting beperkt blijft tot een enkele mast. Met andere woorden voor deze gebieden wordt het gastgebruik voorgeschreven. Ten aanzien van de masthoogte dient in de afweging over de aanvaardbaarheid van de hoogte een relatie gelegd te worden met de hoogte en de schaal van de aanwezige bebouwing en/of landschap. Tevens dienen aanvragen voor solitaire masten voorgelegd te worden aan het Ministerie van Defensie in verband met het aspect van vliegveiligheid.

Rechtspraak bij dit artikel