Denkbaar is, dat in alle in aanmerking komende bestemmingsplannen op gewenste plaatsen de mogelijkheid van het plaatsen van GSM-installaties wordt mogelijk gemaakt. Dit kan op zich op een vrij eenvoudige manier door per voorkomende bestemming desgewenst steeds te bepalen, dat deze bestemming ook bestemd is voor de plaatsing van een antenne-installatie met een hoogte van maximaal 50 meter. Hieraan zijn echter nadelen verbonden. Indien de plaatsing mogelijk is kan de gemeente alleen nog via welstand invloed uitoefenen op de exacte plaats van de antenne. Het afdwingen van een plaats zo ver mogelijk verwijderd van een concentratie van bewoners is op die basis niet mogelijk. Bovendien kan later blijken dat er toch nog gewenste plaatsen over het hoofd zijn gezien. Het is daarom beter in elk bestemmingsplan standaard een vrijstellingsbepaling op te nemen die het mogelijk maakt een GSM-installatie te plaatsen. Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van de bestemmingsplanbepalingen en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend- en/of ontvangstmasten wordt vergroot tot niet meer dan
55 meter. Ook voor bouwwerken ten behoeve van zend- en/of ontvangstmasten moet een vrijstelling worden opgenomen in het bestemmingsplan. De volgende criteria worden voorgesteld.