Het gaat hierbij in het algemeen om de volgende criteria:
bij plaatsbepaling binnen de bebouwde kom verdienen bedrijfsterreinen de voorkeur;
Verder verdienen bij plaatsing binnen de bebouwde kom bestaande hoge elementen zoals kantoren, flats en silo´s de voorkeur;
bij plaatsbepaling van antennes in het landelijk gebied dient te worden aangetoond dat plaatsing binnen de bebouwde kom niet mogelijk is en dient vervolgens aansluiting te worden gezocht bij bestaande (hogere) bebouwing en/of bij de infrastructuur (knooppunten/kruispunten/viaducten van (spoor)wegen) met als doel de landschappelijke verstoringen zo beperkt mogelijk te laten zijn. Gebieden met natuur en/of bosbestemming en agrarisch gebied met landschappelijke en/of natuurwetenschappelijke waarde zijn in beginsel van plaatsing uitgesloten;
bij plaatsing van antennes dient waar mogelijk te worden aangesloten op of bij bestaande gebouwen. Indien dat niet mogelijk is dient de plaats en/of de vormgeving zodanig te worden gekozen dat de antenne zo min mogelijk als zelfstandig onderdeel in het oog springt. In dat kader kan worden gedacht aan een uitvoering als kunstobject of als onderdeel van een kunstwerk (brug, viaduct of iets dergelijks). Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en (beschermde) dorpsgezichten dienen zo veel als mogelijk te worden ontzien. Met plaatsing op of aan een cultuurhistorisch waardevol gebouw kan worden ingestemd wanneer bij plaatsing aan of op een gemeentelijk monument dan wel rijksmonument de desbetreffende monumentenvergunning is verleend. Ook kan met plaatsing worden ingestemd indien geen sprake is van een monument als hiervoor bedoeld en terzake een positief advies ligt van de gemeentelijke monumentencommissie waaruit blijkt dat het cultuurhistorisch karakter dan wel het waardevolle (beschermde) dorpsgezicht niet wordt aangetast;
alle aanbieders zullen per locatie zoveel mogelijk gebruik moeten maken van 1 steunpunt/object (site-sharing). Op die manier kan worden voorkomen dat 5 (of meer aanbieders) op korte afstand van elkaar een eigen installatie bouwen. Gezien het feit dat alle operators een eigen netwerk hebben moeten we ons realiseren dat dit niet altijd mogelijk is. Waar mogelijk moet gebruik worden gemaakt van bestaande masten. Hiervan kan worden afgeweken wanneer de onmogelijkheid hiervan uit een voldoende onderbouwde motivering blijkt c.q. duidelijk is dat één mast bezwarender is dan meerdere afzonderlijke antenne-installaties.
aan masten die – in uitzonderlijke situaties - worden geplaatst in of nabij gebieden met natuur en/of bosbestemming en in agrarisch gebied van landschappelijke en/of natuurwetenschappelijke waarde, kunnen extra eisen worden gesteld ten aanzien van het uiterlijk van die masten.