Bij de volgende gedragingen wordt de bijstand verlaagd met 100% van de WIJ- norm gedurende een maand:
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het door eigen toedoen niet behouden van het leerwerktraject;
Paragraaf 3 Niet nakomen van de inlichtingenplicht
Artikel 3.9 Schending inlichtingenplicht zonder benadeling gemeente
Indien het niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet, niet heeft geleid tot het ten onrechte toekennen of uitvoeren van het werkleeraanbod of tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de inkomensvoorziening, wordt een maatregel opgelegd van 5 procent van de WIJ-norm gedurende een maand. Onder de inlichtingenplicht valt ook de in artikel 44, lid 4, van de wet bedoelde identificatieplicht.
Artikel 3.9.1 Schending inlichtingenplicht met benadeling gemeente
Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet heeft geleid tot het ten onrechte toekennen of uitvoeren van het werkleeraanbod of tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de inkomensvoorziening, wordt de maatregel afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
De maatregel bedoeld in het eerste lid wordt op de volgende wijze vastgesteld:
bij een benadelingsbedrag tot € 1000,-: 10 procent van de WIJ-norm gedurende een
maand;
bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot € 2000,-: 20 procent van de WIJ-norm gedurende
een maand;
bij een benadelingsbedrag van € 2000,- tot € 4000,-: 40 procent van de WIJ-norm gedurende
een maand;
bij een benadelingsbedrag van € 4000,- of meer: 100 procent van de WIJ-norm gedurende een
maand.
Indien de verlaging genoemd in lid 2 niet of niet volledig kan worden opgelegd, dan wordt
deze verlaging opgelegd over de toekomstige inkomensvoorziening of het toekomstige recht op
bijstand overeenkomstig de Wet werk en bijstand.
Indien de verlaging genoemd in lid 3 niet binnen een termijn van vijf jaar nadat het besluit
tot het opleggen van de maatregel is genomen kan worden opgelegd, komt de maatregel te
vervallen.
Paragraaf 4 Zeer ernstige misdragingen
Artikel 3.9.2 Zeer ernstige misdragingen
Indien een jongere zich naar het oordeel van het college zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel 41, eerste lid van de wet, wordt, afhankelijk van de ernst van de gedraging, een maatregel opgelegd van minimaal 40% en maximaal 100% van de WIJ-norm gedurende een maand.
HOOFDSTUK 4. SLOTBEPALINGEN
Artikel 4.1 Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 4.2 Inwerkingtreding
Artikel 4.2 Inwerkingtreding
1.Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot 1 oktober 2009.
Artikel 4.3 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening investeren in jongeren.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 5 oktober 2009 .
De griffier, De voorzitter,
Toelichting Verordening investeren in jongeren
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 3.8
Verlaging 100%
Onderdeel van Verordening investeren in jongeren