De maatregel wordt onverminderd artikel 2, tweede lid, vastgesteld op:a. tien procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie; b. vijfentwintig procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie onder a tot en met e;c. honderd procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie, onder b;d. honderd procent van de uitkeringsnorm gedurende drie maanden bij gedragingen van de derde categorie, onder a en c.e. In afwijking van onderdeel d wordt geen maatregel opgelegd voor cliënten die een uitkering op grond van de IOAZ genieten, en zich schuldig maken aan het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid.
Hoofdstuk 2
Artikel 9
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ Maassluis 2012 (2011-27)