Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Beslissing op de aanvraag van een omzettingsvergunning

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Emmen

Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2 binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen. Zij kunnen hun beslissing eenmaal voor ten hoogste zes weken verdagen. Indien blijkt dat aan of in het kamerverhuurpand waarop de aanvraag betrekking heeft, zonder de daartoe vereiste bouwvergunning, verbouwingen of veranderingen zijn of worden uitgevoerd, kunnen burgemeester en wethouders, in afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, de beslissing op de aanvraag aanhouden. De aanhouding duurt voort totdat een beslissing omtrent de aanvraag om bouwvergunning is genomen en het gebouw geheel in overeenstemming is gebracht met het bij die vergunning behorende, goedgekeurde bouwplan. Van de aanhouding doen burgemeester en wethouders, voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn, schriftelijk mededeling aan de aanvrager. Burgemeester en wethouders houden de beslissing op de aanvraag eveneens aan, indien blijkt dat sprake is van strijd met een bestemmingsplan. De aanhouding eindigt op het moment dat de strijdigheid met het bestemmingsplan is opgeheven. Van de aanhouding doen burgemeester en wethouders, voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn, schriftelijk mededeling aan de aanvrager. Bij de beslissing op de aanvraag houden burgemeester en wethouders rekening met de bescherming van het woon- en leefmilieu en een evenwichtige spreiding van kamerverhuurpanden. Burgemeester en wethouders houden hierbij rekening met de norm gesteld in artikel 2.4, tweede lid. Strekt het besluit, als bedoeld in het eerste lid, tot het verlenen van de gevraagde vergunning, dan voegen burgemeester en wethouders daarbij een gewaarmerkt exemplaar van de op de vergunning betrekking hebbende tekeningen en bescheiden. Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning onder meer voorwaarden en voorschriften verbinden ten aanzien van: het aantal kamers dat gecreëerd mag worden; het woon- en leefmilieu. De vergunning wordt verleend voor de duur van vijf jaar. Burgemeester en wethouders kunnen een verleende vergunning telkens voor een periode van vijf jaar verlengen (verlengingsvergunning). Vergunninghouder dient hiertoe uiterlijk drie maanden voorafgaand aan de vervaldatum van de vergunning een verzoek te doen bij burgemeester en wethouders. Het bepaalde in de artikelen 2.2, vijfde lid en 2.4, eerste en derde lid is van overeenkomstige toepassing. Artikel 2.4, tweede lid is niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel