Burgemeester en wethouders weigeren de vergunning indien:
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat door het verlenen van de vergunning de openbare orde, veiligheid of gezondheid wordt geschaad;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat verlening van de vergunning zal leiden tot een ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het kamerverhuurpand waarop de aanvraag betrekking heeft. Een ontoelaatbare inbreuk op het woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw wordt in ieder geval aanwezig geacht indien binnen een zelfde straat met dezelfde postcode meer dan 10% van de tot bewoning bestemde gebouwen wordt gebruikt als kamerverhuurpand. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de hier genoemde norm;
het kamerverhuurpand, waarop de aanvraag betrekking heeft, niet voldoet aan de bepalingen van de bouwverordening, het Gebruiksbesluit of het Bouwbesluit 2003;
de aanvrager, na in de gelegenheid te zijn gesteld het kamerverhuurpand in overeenstemming te brengen met de vereisten,genoemd in artikel 2.10, daaraan binnen de gestelde termijn niet heeft voldaan;
een eerder aan de aanvrager verleende vergunning minder dan vier jaar geleden werd ingetrokken op grond van een van de in artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onder a of b genoemde redenen;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aan de vergunning verbonden voorschriften niet worden nageleefd;
er strijd is met een geldend bestemmingsplan en er geen ontheffing is verleend van dat bestemmingsplan;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet in overeenstemming is met hetgeen in de aanvraag is vermeld.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Criteria voor weigering van een omzettingsvergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Emmen