Lid 1.
Bij het beoordelen welke voorzieningen getroffen gaan worden, neemt het college hetverslag van het gesprek, indien aanwezig, als uitgangspunt.
Het college gaat uit van de behoeften en persoonskenmerken van de belanghebbende, zijn financiële mogelijkheden alsmede de keuzes die hij maakt in het leven, waarbij verwacht wordt dat een belanghebbende geschikte keuzes maakt, rekening houdend met de beperkingen die horen bij zijn individuele omstandigheden.
Door het college wordt onderzoek gedaan naar de noodzaak en mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien van het te bereiken resultaat.
Lid 2.
Een belanghebbende is zelfredzaam en in staat tot maatschappelijke participatie
wanneer in het gesprek blijkt dat deze zelf of met behulp van zijn eigen netwerk/omgeving in staat is de nodige voorzieningen te regelen c.q. te laten regelen en/of te financieren om daarmee te (kunnen blijven) participeren in de maatschappij.
Lid 3.
Alle voorliggende, algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen die beschikbaar en bruikbaar zijn, worden, als ze al niet tot een oplossing hebben geleid in het gesprek, of als er geen gesprek heeft plaatsgevonden, eerst beoordeeld. Indien een belanghebbende stelt de kosten van voorliggende of algemene voorzieningen niet te kunnen betalen, zal belanghebbende dit moeten kunnen aantonen.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 1.
Artikel 8.
Het maken van een afweging
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Winterswijk 2012