Lid 1.
Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat schoon is. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrek(ken), keuken en sanitaire ruimten.
Lid 2.
Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware huishoudelijke werk.
Lid 3.
Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld.
Lid 4.
Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.
Lid 5.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een woonruimte die niet bedoeld is voor permanente bewoning, wordt geen voorziening verstrekt.
Lid 6
Indien de belanghebbende verblijft in een AWBZ instelling wordt geen voorziening verstrekt.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 2.
Artikel 9.
Een schoon en leefbaar huis
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Winterswijk 2012