De jongere krijgt de norm voor een alleenstaande of alleenstaande ouder (artikel 28 lid 3 in verbinding met 26 onderdeel b en 27 onderdeel b WIJ). Voor deze jongeren dient - door de koppeling van artikel 30 lid 1 met 26 onderdeel b en 27 onderdeel b WIJ - de Toeslagenverordening WIJ wel te bepalen of een toeslag noodzakelijk is, zeker ook omdat de WIJ niet specifiek de mogelijkheid heeft om de norm af te stemmen (lees: te individualiseren). Als echter de partner lage inkomsten heeft, fungeert zo’n onverschuldigd betaalde toeslag als een onbedoelde inkomensaanvulling voor die niet-rechthebbende partner. Daarom is als uitzondering in de toeslagenverordening WIJ opgenomen dat in deze situatie behoudens bijzondere omstandigheden geen toeslag wordt verleend. Van bijzondere omstandigheden is bijvoorbeeld sprake als de niet-rechthebbende partner onvoldoende inkomen kan genereren omdat hij niet rechtmatig in Nederland verblijft en hier niet mag werken.
Hoofdstuk
Artikel 7
Toeslag bij norm alleenstaande (ouder) met niet-rechthebbende partner zonder WWB
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren (WIJ) gemeente Horst aan de Maas