Artikel 34 WIJ geeft het college de bevoegdheid om de toeslag, bedoeld in artikel 30, voor een alleenstaande van 21 of 22 jaar afwijkend vast te stellen voor zover het college van oordeel is dat, gezien de hoogte van het minimum jeugdloon er een drempel zou kunnen zijn om werk te aanvaarden. Aangezien het minimum jeugdloon voor een 21-jarige lager is dan dat voor een 22-jarige ligt het voor de hand om voor een 21-jarige een lagere toeslag toe te passen dan voor een 22 jarige. Door een afwijkende toeslag voor 21- en 22-jarigen toe te passen, wordt afstemming gezocht bij de minimumjeugdlonen en andere sociale voorzieningen zoals de Wajong en wordt voorkomen dat de gemeente bovenop de Wajong-uitkering een aanvullende WIJ-uitkering moet verstrekken. In lid 3 is bepaald dat bij samenloop met artikel 3 de laagste toeslag voorrang heeft.
Hoofdstuk
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren (WIJ) gemeente Horst aan de Maas