Naar hoofdinhoud

Paragraaf 5

Artikel 2.1.5.2

(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Helmond 2008

1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2.. De vergunning wordt verleend: als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, of voorbereidingsbesluit; door het college in de overige gevallen. 3.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak. 4.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het openbreken van de verharding en het graven en spitten in de weg ten behoeve van een huisaansluiting indien deze werkzaamheden een maximale lengte hebben van 25 meter, mits die werkzaamheden schriftelijk bij het bevoegd gezag zijn gemeld en wordt voldaan aan de door het bevoegd gezag gestelde nadere regels. 5.. Het bepaalde in het vierde lid is niet van toepassing voor zover: er gebruik wordt gemaakt van een gestuurde boring; in het tracé een wegoversteek dan wel een wegkruising voorkomt of er een handhole geplaatst wordt. 6.. Het verbod in het eerste lid geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement Noord-Brabant, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening Helmond 2010.

Rechtspraak bij dit artikel