Ter onderbouwing van het verhalen van kosten voor bovenwijkse voorzieningen (voorzieningen die voor meerdere locaties profijt opleveren en toerekenbaar zijn) worden in de jaarlijks vast te stellen notitie “Toerekening Bovenwijkse Voorzieningen” de voor de komende tien jaar voorziene bovenwijkse voorzieningen beschreven en de kostendragende locatieontwikkelingen aangewezen, waarbij onderbouwd wordt waarom of op welke wijze sprake is van profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit. Om de proportionaliteit te bepalen worden de kosten gemoeid met de bovenwijkse voorziening via de in deze nota beschreven maatstaf evenredig verdeeld over de kostendragende locatieontwikkelingen (uitgedrukt in een percentage). Deze kosten worden zowel, indien de gemeente hierover overeenstemming bereikt met een initiatiefnemer, verhaald op basis van een anterieure overeenkomst, als, bij gebreke hiervan, verhaald op basis van een exploitatieplan.
De gemeente Kampen maakt onderscheid in twee typen bovenwijkse voorzieningen: infrastructurele voorzieningen en groenvoorzieningen. In de volgende paragrafen worden beide nader toegelicht. Wanneer daarbij de proportionaliteit bepaald moet worden op basis van het aantal woningen, dient de oppervlakte van winkels, kantoren en bedrijven omgerekend te worden naar woningequivalenten, zodat deze vergelijkbaar zijn. In onderstaande tabel is vastgelegd wat de verhouding is om tot woningequivalenten te komen.
Woningequivalenten1
functies
verhouding eq.
eenheid
woningen
1
st
winkels
100
m2 vvo
kantoren
100
m2 bvo
bedrijven
1000
m2
[1] De woningequivalenten zijn gebaseerd op landelijke gemiddelden (DHV, januari 2010)