Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2.1

Infrastructurele voorzieningen

Onderdeel van Nota kostenverhaal Gemeente Kampen

De gemeente Kampen is voornemens een aantal infrastructurele voorzieningen in de gemeente aan te leggen. Dit betreft ontsluitingswegen van locaties, fietsverbindingen en voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer. Deze voorzieningen staan in verbinding met bestaande en toekomstige bebouwing. Genoemde voorzieningen vallen onder artikel 6.2.5 Bro en zijn als zodanig verhaalbaar. Per voorziening wordt in de jaarlijks vast te stellen notitie “Toerekening Bovenwijkse Voorzieningen” aangegeven op welke wijze voldaan wordt aan de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit. Vervolgens wordt in dit document per voorziening op een kaart aangegeven waar de voorziening zich bevindt. In zijn algemeenheid geldt voor infrastructurele voorzieningen het volgende: Profijt: een deel of het geheel van de wijk heeft profijt van de voorziening. Een inwoner heeft de mogelijkheid om er gebruik van te maken en/of ondervindt hier gemak van. Bijvoorbeeld voor de ontsluiting van de wijk, door een kortere route die afgelegd wordt of door een afnemende reistijd. Toerekenbaarheid: de voorziening wordt mede aangelegd ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling of de wijziging van de bestaande functie. Proportionaliteit: de mate van het profijt wordt bepaald door de verkeersbewegingen die de ontwikkeling met zich mee brengt. De verkeersbewegingen worden berekend middels een onafhankelijk verkeersmodel. In zijn algemeenheid geldt voor openbaar vervoer voorzieningen het volgende: Profijt: een deel of het geheel van de ontwikkeling heeft profijt van de voorziening omdat de inwoners van de wijk hiervan gebruik kunnen maken. Hiervan is sprake binnen een afstandscirkel van 800 meter om de openbaar vervoer voorziening[2], met uitzondering van (delen van) wijken die binnen de genoemde afstandscirkel zijn gelegen, maar door een redelijkerwijs niet te passeren (natuurlijke) barrière afgescheiden zijn van de betreffende voorziening. [2] De keuze voor het gebruik van OV is voor een groot deel afhankelijk van de tijden van voor- en natransport naar een hoogwaardige OV-halte (treinstation of sneltramhalte). Uit diverse onderzoeken blijkt dat aanzienlijk meer gebruik wordt gemaakt van het OV, wanneer zich een dergelijke OV-voorziening (treinstation of sneltramhalte) op loopafstand van de eigen woning bevindt. In de praktijk blijkt dat wanneer eerst de auto moet worden gebruikt om een OV-halte te bereiken, de overstap naar het OV vrijwel niet meer gemaakt wordt, tenzij de bestemmingslocatie slecht bereikbaar is met eigen auto. De tijd die nodig is voor voor- en natransport levert met name op kortere reizen een belangrijke bijdrage aan al dan niet gebruik van openbaar vervoer, omdat de reistijdverhouding ten opzichte van de auto daarmee sterk wordt beïnvloed. Uitgangspunt voor de baattoerekening van OV-voorzieningen is dan ook de (loop)afstand tot de voorziening. Deze toerekeningssystematiek is niet nieuw, maar wordt vaker toegepast voor de bekostiging van de ontwikkeling van OV-voorzieningen (.”RijnGouweLijn”, 2005). De woonlocatie wordt namelijk aantrekkelijker voor mensen die per OV hun woon-werk-verkeer of woon-schoolverkeer kunnen realiseren. Het CBS gebruikt voor loopafstand een maximale afstand van 1 kilometer (Ruimtelijk Planbureau, 2003). Een maximale afstand van 1 kilometer kan worden vertaald in een straal van 800 meter (vogelvlucht) rond de desbetreffende voorziening. Toerekenbaarheid: de voorziening wordt mede aangelegd ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling of de wijziging van de bestaande functie. Proportionaliteit: Als alleen de locatieontwikkeling zich binnen genoemde afstandscirkel bevindt, dan wordt de voorziening voor 100% toegerekend aan de locatieontwikkeling. Bevinden zich meerdere locatieontwikkelingen en/of bestaande wijken zich binnen deze afstandscirkel, dan draagt elke locatieontwikkeling en iedere bestaande wijk bij naar rato van het aantal binnen de afstandscirkel gelegen woningequivalenten per wijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel