Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Bijstand aan personen in de leeftijd van 18, 19 en 20 jaar

Onderdeel van Beleidsregels voor de verlening van bijstand in bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan

1.. Een jongere van 18, 19 of 20 jaar heeft recht op aanvullende bijstand, artikel 12 Wet werk en bijstand, indien en voor zover zijn/haar noodzakelijke bestaanskosten hoger zijn dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm van artikel 20 van de Wet Werk en Bijstand 2.. Hogere noodzakelijke bestaanskosten zoals bedoeld in artikel 5.1 worden aanwezig geacht indien de jongere zelfstandig is gehuisvest en er daarnaast sprake is van één van de volgende situaties: a.. beide ouders van de jongere zijn overleden of wonen in het buitenland; b.. de jongere is op grond van een officiële maatregel uit huis geplaatst; c.. de jongere is op de datum van aanvragen van de bijstand al langer dan 1 kalenderjaar zelfstandig gehuisvest; d.. de jongere heeft, alleen of samen met een partner, de zorg voor een of meer kinderen; e.. de jongere is niet officieel uit huis geplaatst maar het is niet verantwoord om hem/haar bij de ouders te laten wonen. 3.. De hoogte van de( aanvullende ) bijzondere bijstand wordt maximaal vastgesteld op de uitkering die de jongere zou ontvangen op grond van de Wet werk en bijstand en de gemeentelijke Toeslagenverordening indien hij/zij 21 jaar zou zijn minus de voor bijstandsnorm opgrond van artikel 20 WWB. 4.. De bijstand als bedoeld in het eerste lid wordt verhaald op de onderhoudsplichtige ouders als bedoeld in artikel 61 van de Wet werk en bijstand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel