**1..** Indien het laatste in de gezinsbijstand begrepen kind niet langer ten laste van de voormalige alleenstaande ouder komt, wordt aan deze een toeslag verstrekt indien en voor zolang;
**a..** de voormalige alleenstaande ouder een uitkering ontvangt naar de voor hem geldende norm (al dan niet met toeslag op grond van de toeslagenverordening) en;
**b..** het betreffende kind tot het huishouden van de voormalige alleenstaande ouder blijft behoren;
**2..** De toeslag kan ook worden verstrekt wanneer de voormalige alleenstaande ouder op grond van een andere wettelijke regeling (zoals Anw,TW of WW) een terugval in het inkomen zou doormaken.
**3..** De toeslag wordt gedurende zes maanden verstrekt, mits het kind tot het huishouden blijft behoren en bedraagt:
gedurende drie maanden aansluitend op de normmutatie € 80,00 per maand
gedurende de volgende drie maanden € 40,00 per maand
Artikel 6.
Toeslag voormalige alleenstaande ouder
Onderdeel van Beleidsregels voor de verlening van bijstand in bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan