1 Het college kan een belanghebbende een vorm van scholing en/of opleiding gericht op arbeidsinschakeling, het behalen van een startkwalificatie of een andere passende voorziening aanbieden.

2 De in het eerste lid bedoelde scholing en/of opleiding kan aangeboden worden in de vorm van een subsidie en is gemaximeerd tot het niveau van een startkwalificatie.

3 Het college kan op individuele gronden besluiten de in het eerste lid bedoelde scholing en/of opleiding te maximeren tot het niveau van hoger beroepsonderwijs.

4 Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels ten aanzien van de noodzakelijkheid van de

scholing en/of opleiding.

5 Voor zover de belanghebbende die op grond van artikel 10a van de wet additionele werkzaamheden verricht niet beschikt over een startkwalificatie, wordt binnen 6 maanden na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden door het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding bijdraagt aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces.

6 Het college betrekt bij deze beoordeling in elk geval het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende de additionele werkzaamheden uitvoert.