A. Als de cliënt een beroep kan doen op een voorliggende voorziening is toekenning van bijzondere bijstand niet mogelijk.
B. Als binnen de voorliggende regeling een bewuste de keuze is gemaakt om één of meer kostensoorten niet in de voorziening op te nemen of de voorziening in een bepaalde situatie niet noodzakelijk te achten, dan is bijstandsverlening op grond van de WWB niet mogelijk.
C. Als kosten om budgettaire redenen niet (volledig) worden vergoed kan de verlening van bijzondere bijstand op zijn plaats zijn.
D. Ook als er zeer dringende reden zijn kan toch bijstand verleend worden in situaties waarin er eigenlijk geen recht op bestaat.
Goedkoopste, adequate voorziening
De hoogte van de eventueel te verlenen bijzondere bijstand wordt individueel bepaald door de hoogte van de noodzakelijke kosten. Daarbij geldt als uitgangspunt dat, wanneer ter zake van bepaalde kosten meerdere adequate voorzieningen mogelijk zijn, voor de goedkoopste voorziening moet worden gekozen. Daarom kan worden volstaan met een vergoeding ter hoogte van de goedkoopste adequate voorziening.