A. Bijzondere bijstand moet men indien mogelijk vooraf aanvragen.
B. Aanvragen die men langer dan 12 maanden nadat de behandeling heeft plaatsgevonden (dus niet wanneer de rekening is betaald) in heeft gediend wijzen wij in beginsel af. Peildatum is de eerste dag van de maand, waarin de behandeling heeft plaatsgevonden.
C. Bewindvoerders dienen de aanvragen over het voorliggende kalenderjaar steeds voor 31 januari van het lopende kalenderjaar in.
D. De kosten vergoeden wij met ingang van de eerste dag van de maand, waarin de kosten zijn gemaakt.
E. De draagkracht stellen wij steeds voor de duur van een jaar, ingaande de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn gemaakt (= de dag van de behandeling etc), vast.
F. In individuele gevallen berekenen wij de draagkracht over en delen deze toe aan een gedeelte van een draagkrachtjaar.
G. Bij belanghebbenden met een inkomen anders dan uit bijstand brengen wij een maal per draagkrachtjaar een bedrag van € 63.66 per maand op het eigen inkomen in mindering.
H. Een eenmaal over een draagkrachtperiode vastgestelde draagkracht stellen wij ook bij een wisselende inkomenssituatie in die periode niet opnieuw vast, behalve wanneer de gezinssituatie wijzigt.
I. Wij maken geen gebruik van de wettelijke mogelijkheid een drempelbedrag te hanteren.
J. Wij kennen wel een administratieve drempel van € 45.
K. Met inachtneming van artikel 35 eerste lid WWB stellen wij de draagkracht uit inkomen als volgt vast:
* het netto inkomen aanvrager en eventuele partner inclusief vakantietoeslag waarover de aanvrager redelijkerwijs kan beschikken
* de inkomsten uit VTB volgens bijstandsvoorschrift
* alimentatie inkomsten
* overige inkomsten
* het meerdere aan kinderbijslag volgens buitenlandse wetgeving
- minus de bijstandsnorm (+ eventuele toeslag / verlaging)
- minus de vaste vrijlating draagkracht
- minus het gemis aan huurtoeslag
L. Wij rekenen niet als inkomsten alle middelen zoals genoemd in artikel 31 lid 2 WWB, met uitzondering van het meerdere aan kinderbijslag volgens buitenlandse wetgeving.
M. Wanneer de aanvrager wisselende inkomsten heeft gaan wij uit van het gemiddelde inkomen over de laatste 3 maanden voorafgaand aan de maand waarin de kosten zijn gemaakt, N. Bij de bepaling van de draagkracht uit vermogen tellen alle vermogensbestanddelen mee, behalve
- het wettelijk vastgestelde vrij te laten vermogen
- het vrijgelaten vermogen in het eigen huis
- giften, ontvangen voor specifieke kosten waarmee de betrokkene wordt geconfronteerd en die niet kunnen worden geacht in de algemene bijstand te zijn begrepen, tot € 900 per bijstandsperiode
- (delen van) uitkeringen, bedoelt als compensatie voor ondergaan leed en genoegdoening of als compensatie van verlies van bezittingen, tot maximaal € 11345 per bijstandsperiode. Bij hogere schade-uitkeringen en / of bij gezien de oorsprong van de schadevergoeding buitengewone onredelijkheid moet individueel bekeken worden of een hogere vrijlating verantwoord is.
O. Het is op grond van individuele omstandigheden mogelijk, mits goed gemotiveerd, af te wijken van de voorgeschreven draagkrachtberekening.
P. Voor (semi-)medische kosten geldt een draagkrachtpercentage van 35%.
Q. Voor alle overige kostensoorten geldt een draagkrachtpercentage van 100%.
R. Het moeten aflossen van schulden is niet relevant bij de vaststelling van de eigen draagkracht.
Voorliggende voorzieningen
Wanneer de cliënt voor de te maken kosten een beroep kan doen op een voorliggende voorziening verstrekken wij geen bijzondere bijstand (Artikel 14 lid e, 15 en 16 WWB).
In de toelichting bij artikel 15 lid 1 WWB staat onder meer dat bijstand niet mogelijk is als binnen de voorliggende regeling een bewuste beslissing is genomen over de noodzakelijkheid van de voorziening in het algemeen of in een specifieke situatie. Als kosten niet in een voorliggende regeling zijn opgenomen moet de WWB zich bij die keuze aansluiten en komen de betreffende kosten niet voor bijstandsverlening in aanmerking.
Een uitzondering kan wel gemaakt worden indien kosten om budgettaire redenen niet (volledig) worden vergoed. In dat geval kan de verlening van bijzondere bijstand op zijn plaats zijn.
Ook in geval van zeer dringende reden kan toch bijstand verleend worden in situaties waarin er eigenlijk geen recht op bestaat. Het begrip ‘zeer dringende redenen’ mogen wij echter niet al te ruim interpreteren. Het kan eigenlijk alleen worden toegepast bij acute noodsituaties / levensbedreigend situaties. En dat zal niet snel aan de orde zijn.
Het recht op bijstand strekt zich evenmin uit tot kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt.
Belangrijke voorliggende voorzieningen met betrekking tot medische kosten zijn
° de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ),
° de Zorgverzekeringswet (Zvw)
° een collectieve ziektekostenverzekering,
° de Regeling hulpmiddelen 1996.
Voor andere kostensoorten zijn er bijvoorbeeld
° rechtsbijstand:de rechtsbijstandsverzekering,
° zelfstandig wonenden van 18 tot 21 jaar:de ouder(s).
Bij een aanvraag bijzondere bijstand zonder zeer dringende redenen heeft de gemeente dus niet de bevoegdheid om op grond van de WWB bijstand te verlenen voor de betreffende kosten. Wanneer de gemeente die mogelijkheid wel wil hebben, dan zullen zij daarvoor zelf beleid moeten formuleren. Men spreekt dan over buitenwettelijk beleid.