Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.

Plicht tot arbeidsinschakeling en tegenprestatie

Onderdeel van Tijdelijke regels Wet werk en bijstand

De regels met betrekking tot de inhoud van het aanbod gericht op participatie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de wet, luiden als volgt: De voorzieningen die op grond van de Participatieverordening 2010 aan personen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet werk en bijstand, kunnen worden aangeboden, kunnen door het college worden ingezet in het kader van de aanspraak op ondersteuning bij de plicht tot arbeidsinschakeling. In afwijking van het eerste lid, kunnen de volgende voorzieningen niet worden ingezet: loonkostensubsidie voor ID-ers en Wiw-ers; ontwikkelbanen; conciërgeregeling; PIT-trainingen arbeidsmedisch advies; sociale activering werkcoach bewegingstrajecten premies voor werkaanvaarding of scholing; vrijlating van inkomsten, en onkostenvergoeding voor vrijwilligerswerk. Voor zover in de Participatieverordening 2010 is bepaald dat deze van toepassing is op personen van 27 jaar en ouder, moet worden gelezen 18 jaar en ouder. In afwijking tot hetgeen in de Participatieverordening 2010 is bepaald, kunnen de volgende voorzieningen bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b van de wet niet worden ingezet voor de arbeidsinschakeling van belanghebbenden jonger dan 27 jaar: onbeloonde additionele arbeid als bedoeld in artikel 10a, van de wet; de voorzieningen bedoeld in artikel 31, vijfde lid, van de wet In artikel 9, tweede lid, onderdeel c van de aangepaste wet is opgenomen dat het college uitkeringsgerechtigden kan opleggen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten. Nadere regels met betrekking tot deze “tegenprestatie” zullen in 2012 worden uitgewerkt en vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel