Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3.

Het afstemmen van de bijstand

Onderdeel van Tijdelijke regels Wet werk en bijstand

De regels met betrekking tot het afstemmen van de bijstand, bedoeld in artikel 18 van de wet luiden als volgt: Voor de toepassing van artikel 18 van de wet voor jongeren tot 27 jaar die na 1 januari 2012 een aanvraag doen voor een uitkering is de Afstemmingsverordening 2010 van overeenkomstige toepassing. Onder ‘gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren’ als bedoeld in artikel 2:3 vanaf de derde categorie, van de Afstemmingsverordening 2010, wordt vanaf 1 januari 2012 mede verstaan: het door een persoon, jonger dan 27 jaar, onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren dan wel evalueren van een plan van aanpak. Onder ‘gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren’ als bedoeld in artikel 2:3, alle categorieën, van de Afstemmingsverordening 2010, wordt vanaf 1 januari 2012 mede verstaan: het niet voldoen aan de aan de ontheffing verbonden re-integratieverplichtingen die een alleenstaande ouder heeft indien hem op grond van artikel 9a van de wet een ontheffing van de arbeidsverplichting is verleend. Aan artikel 2:3, eerste categorie, van de Afstemmingsverordening 2010 wordt als onderdeel b. toegevoegd de gedraging: het niet voldoen aan de verplichting tot het leveren van een tegenprestatie naar vermogen. Voor de toepassing van artikel 18 van de wet voor huishoudens waar de nieuwe huishoudinkomenstoets vanaf 1 januari 2012 van toepassing is, is de Afstemmingsverordening WWB 2010 van overeenkomstige toepassing. Een verlaging op grond van gedragingen, benoemd in de Afstemmingsverordening 2010 alsmede in deze Regeling, kan eveneens worden toegepast op de bijzondere bijstand die aan belanghebbende op grond van artikel 12 van de wet, wordt verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel