Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Draagkracht uit vermogen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand2008

1.. De draagkracht uit vermogen wordt vastgesteld op 100% van het in aanmerking te nemen vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de Wet werk en bijstand. 2.. indien de belanghebbende eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf en recht heeft op bijzondere bijstand, maar te gelde making, bezwaring of verdere bezwaring van het in de woning met bijhorend erf geboden vermogen in redelijkheid niet kan worden verlangd, heeft de bijzondere bijstand de vorm van een geldlening wanneer: b. de bijstand over een periode van een jaar, te rekenen vanaf de eerste dag waarover bijstand wordt verleend, naar verwachting meer bedraagt dan het netto minimumloon per maand, bedoeld in artikel 37, lid 1 WWB; en c. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf hoger is dan het vermogen als bedoeld in artikel 34, lid 2, onder deel d. WWB. 3.. de lening als bedoeld in lid 2 wordt in de vorm van een krediethypotheek verstrekt overeenkomstig het Besluit Bijstandhypotheek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel