Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Draagkracht uit inkomen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand2008

1.. De draagkracht uit inkomen wordt vastgesteld op 35% van het meerinkomen van de aanvrager. 2.. Onder meerinkomen wordt verstaan het verschil tussen het netto jaarinkomen inclusief vakantietoeslag van de aanvrager en 120% van de op hem van toepassing zijnde uitkeringsnorm inclusief vakantietoeslag op grond van de Wet werk en bijstand en gemeentelijke Toeslagenverordening. Daarbij dient uit te worden gegaan van de norm voor een niet in inrichting verblijvende persoon, ook als de persoon in werkelijkheid wel in een inrichting verblijft. 3.. Indien de vakantietoeslag over het netto inkomen niet bekend is en handmatig berekend moet worden, kan om praktische redenen worden volstaan met het verhogen van het netto inkomen met het vakantietoeslag percentage (WWB). 4.. De draagkracht wordt in afwijking van voorgaande vastgesteld op 100% van het inkomen boven de norm, indien sprake is van één of meer van onderstaande kostensoorten: kosten van begrafenis of crematie; kosten in verband met tijdelijke opname in inrichting of detentie; bijstand verstrekt in de vorm van een geldlening; kosten ziektekostenverzekering 5.. Voor het inkomstenbegrip wordt aansluiting gezocht bij de bepalingen over de in aanmerking te nemen middelen van artikelen 32 en 33 WWB. Wettelijke inkomsten vrijlatingen en premies blijven buiten beschouwing, evenals de op grond van de WWB toegekende Langdurigheidstoeslag. 6.. Uitzondering van het bepaalde in artikel 14 lid 1 tot en met 5 vormt de beoordeling van de draagkracht voor het vaststellen van bijzondere bijstand voor woonkosten. De draagkracht wordt hier berekend overeenkomstig de regeling Huurtoeslag en de Leidraad Enschede en het bepaalde in dit besluit onder artikel 8.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel