De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de
alleenstaande van 21 jaar of ouder of de alleenstaande ouder van
21 jaar of ouder hogere algemene noodzakelijke kosten van het
bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg
van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een
ander.
De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de
alleenstaande van 22 jaar of ouder en de alleenstaande ouder van
21 jaar of ouder in wiens woning géén ander zijn hoofdverblijf
heeft bepaald op het in artikel 25, lid 2 van de WWB genoemde
maximumbedrag.
Het maximumbedrag van de toeslag wordt voor de
alleenstaande van 21 jaar bepaald op 10% van het
wettelijk minimumloon.
De toeslag wordt voor de alleenstaande van 22 jaar of
ouder of de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder,
die hoofdbewoner is, eveneens in principe bepaald op het
betreffende maximumbedrag indien in de woning
hoofdverblijf heeft iemand, waarmee geen bloed- of
aanverwantschap bestaat, en in verband met een
crisissituatie wordt opgevangen, zolang deze opvang niet
langer duurt dan maximaal twee maanden;
De toeslag wordt voor de alleenstaande van 22 jaar of
ouder en de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder
eveneens in principe bepaald op het maximumbedrag indien
men kostganger of onderhuurder is.
De toeslag wordt voor de alleenstaande van 22 jaar of
ouder en de alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder
eveneens voor de duur van maximaal twee maanden in
principe bepaald op het maximumbedrag indien men vanwege
een crisissituatie bij een ander, waarmee geen bloed- of
aanverwantschap bestaat, wordt opgevangen.
De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de
alleenstaande van 22 jaar of ouder en de alleenstaande ouder van
21 jaar of ouder, indien in de woning één ander, waarmee geen
bloed- of aanverwantschap bestaat, zijn hoofdverblijf heeft, 10%
van het wettelijk minimumloon.
De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor
de alleenstaande van 21 jaar indien in de woning één ander, waarmee geen bloed- of
aanverwantschap bestaat, zijn hoofdverblijf heeft, 5% van het wettelijk
minimumloon.
Voor de alleenstaande van 21 jaar of ouder en de alleenstaande
ouder van 21 jaar of ouder, indien in de woning meer dan één
ander, waarmee geen bloed- of aanverwantschap bestaat, zijn
hoofdverblijf heeft, bestaat geen recht op een toeslag.
Voor de toepassing van de leden a, b en c van dit artikel geldt
de lagere toeslag zowel voor de hoofdbewoner als voor de
inwonende.