**1..** De bijstandsnorm wordt lager vastgesteld indien het gezin lagere
algemene noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de
bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeeltelijk
kunnen delen van deze kosten met een ander.
**2..** De bijstandsnorm wordt voor het gezin in wiens woning géén ander
zijn hoofdverblijf heeft bepaald op het in art 21 van de WWB
genoemde normbedrag.
De bijstandsnorm wordt voor het gezin eveneens in principe
bepaald op het in art 21 van de WWB genoemde normbedrag
indien in de woning hoofdverblijf heeft iemand, waarmee geen
bloed- of aanverwantschap bestaat, en in verband met een
crisissituatie wordt opgevangen, zolang deze opvang niet
langer duurt dan maximaal twee maanden;
De bijstandsnorm wordt voor het gezin eveneens in principe
bepaald op het in art 21 van de WWB genoemde normbedrag
indien men kostganger of onderhuurder is.
De bijstandsnorm wordt voor het gezin eveneens voor de duur
van maximaal twee maanden in principe bepaald op het in art
21 van de WWB genoemde normbedrag indien men vanwege een
crisissituatie bij een ander, waarmee geen bloed- of
aanverwantschap bestaat, wordt opgevangen.
**3..** De korting als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor het gezin,
indien in de woning één ander, waarmee geen bloed- of
aanverwantschap bestaat, zijn hoofdverblijf heeft, 10% van het
wettelijk minimumloon.
De korting als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor het
gezin, indien in de woning meer dan één ander, waarmee geen
bloed- of aanverwantschap bestaat, zijn hoofdverblijf heeft,
20% van het wettelijk minimumloon.