De langdurigheidstoeslag bedraagt voor:
de alleenstaande: € 178,00;
de alleenstaande ouder: € 227,00;
het gezin: € 254,00.
(de genoemde bedragen gelden (fictief) per 1 januari
2011 en jaarlijks
vindt
per januari indexering plaats)
Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de
peildatum bepalend.
Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van
het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of
artikel 13, lid 1 van de WWB komen de rechthebbende gezinsleden
in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die
voor hen als (overblijvend) gezin, danwel als alleenstaande of
alleenstaande ouder zou gelden.
De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1
januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het
procentuele verschil tussen de gezinsnorm per 1 januari van dat
jaar en de gezinsnorm van het per 1 januari van het daaraan
voorafgaande jaar.