Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van VERLOFREGLEMENT

Vermeerdering van het vakantieverlof vindt plaats: Over het kalenderjaar, waarin de medewerk(st)er de leeftijd van 30 jaar bereikt, alsmede over de daarop volgende negen kalenderjaren, met 7,2 uren. Over het kalenderjaar waarin de medewerk(st)er de leeftijd van onderscheidenlijk 40, 45, 50 en 55 jaar bereikt alsmede over de op het betreffende kalenderjaar volgende vier kalenderjaren, met onderscheidenlijk 14,4, 21,6, 28,8 en 36 uren, met dien verstande dat bij gebruik maken van seniorenverlof alle leeftijdverlof vervalt. Over het kalenderjaar waarin de medewerk(st)er de leeftijd van 60 jaar bereikt, alsmede over de daarop volgende kalenderjaren, met 43,2 uren, met dien verstande, dat de totale duur van het jaarlijks vakantieverlof niet meer zal bedragen dan 208,8 uren en dat bij gebruik maken van seniorenverlof alle leeftijdverlof vervalt.

Rechtspraak bij dit artikel