Vermeerdering van het vakantieverlof vindt plaats:
Over het kalenderjaar waarin de medewerk(st)er de leeftijd van onderscheidenlijk 45, 50 en 55 jaar bereikt alsmede over de op het betreffende kalenderjaar volgende vier kalenderjaren, met onderscheidenlijk 7,2, 14,4 en 21,6 uren, met dien verstande dat bij gebruik maken van seniorenverlof alle leeftijdverlof vervalt.
Over het kalenderjaar waarin de medewerk(st)er de leeftijd van 60 jaar bereikt, alsmede over de daarop volgende kalenderjaren, met 28,8 uren, met dien verstande dat bij gebruik maken van seniorenverlof alle leeftijdverlof vervalt.