**1..** Bij de verlening van een persoonsgebonden budget bij overige voorzieningen worden aan de budgethouder de volgende verplichtingen opgelegd:
de budgethouder gebruikt het persoonsgebonden budget uitsluitend voor betaling of huur van een voorziening en de daarmee noodzakelijk verbonden kosten;
de voorziening die wordt aangeschaft voldoet aan het programma van eisen welke is opgesteld door de gemeente en de voorziening voldoet indien van toepassing aan het Kwaliteiten Bruikbaarheids Onderzoek van Hulpmidden (KBOH) keurmerk en/of komt voor op de lijsten van het TNO-keurmerk dan wel een gelijkwaardig keurmerk goedgekeurde hulpmiddelen;
in geval van een rolstoel- of vervoersmiddel dient de vervoersvoorziening te worden ingekocht bij een leverancier die erkend is volgens de Erkenningsregeling Revalidatietechnisch Bedrijf (ERB) en te voldoen aan de eisen van het zogenaamde Revakeur;
de budgethouder legt over het verleende persoonsgebonden budget verantwoording af door de nota en het betalingsbewijs van de gerealiseerde voorziening te overleggen;
.de budgethouder bewaart de rekening(en) en het betalingsbewijs (betalingsbewijzen) gedurende 7 jaren en stelt deze desgewenst ter beschikking aan het college;
de budgethouder deelt het college op diens verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mede waarvan het hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de verlening van het persoonsgebonden budget.
**2..** Door het college kan worden gecontroleerd of budgethouders aan de verplichtingen zoals genoemd in artikel 4, eerste lid hebben voldaan.
Artikel 3
Verplichtingen persoonsgebonden budget overige voorzieningen
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Gouda 2012