1.. Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening van zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld.

2.. De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente.

3.. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

4.. Op de bezoldiging van de wethouder die de mobiele telefoon mede gebruikt voor privé-doeleinden wordt voor dit privé-gebruik een nader door het college te bepalen bedrag ingehouden.